Art. 26 Verordening (EU) nr. 702/2014, Steun voor de kosten van de preventie, bestrijding en uitroeiing van dierziekten en plantenplagen en steun voor het herstel van schade als gevolg van dierziekten en plantenplagen
1. Steun om kmo's die actief zijn in de primaire landbouwproductie, te vergoeden voor de kosten van de preventie, bestrijding en uitroeiing van dierziekten of plantenplagen en steun om dergelijke ondernemingen te vergoeden voor door dierziekten of plantenplagen veroorzaakte verliezen is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder (c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 13 van dit artikel en in hoofdstuk I.
2. De steun wordt enkel betaald:
a) met betrekking tot dierziekten of plantenplagen waarvoor wettelijk, bestuursrechtelijk of administratief vastgestelde uniale of nationale voorschriften gelden, en
b) als onderdeel van:
i) een uniaal, nationaal of regionaal openbaar programma ter preventie, beheersing of uitroeiing van de betrokken dierziekte of plantenplaag, of
ii) door de bevoegde autoriteit opgelegde noodmaatregelen, of
iii) overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG van de Raad uitgevoerde maatregelen om een plantenplaag uit te roeien of in te dammen.
Het programma en de maatregelen als bedoeld onder (b), bevatten een beschrijving van de betrokken preventie-, beheersings- of uitroeiingsmaatregelen.
3. De steun mag geen betrekking hebben op maatregelen waarvoor in de Uniewetgeving is bepaald dat de kosten daarvan door de begunstigde moeten worden gedragen, tenzij deze maatregelen volledig worden bekostigd uit de opbrengsten van aan de begunstigden opgelegde verplichte heffingen.
4. Wat dierziekten betreft, mag de steun uitsluitend worden toegekend voor dierziekten als bedoeld in de lijst van dierziekten van de Wereldorganisatie voor diergezondheid, of voor dierziekten en zoönosen die zijn vermeld in de bijlagen I en II bij Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad (41).
5. De steun wordt rechtstreeks betaald aan de betrokken onderneming of aan een producentengroepering of -organisatie waarvan de onderneming lid is.
Wanneer de steun aan een producentengroepering of -organisatie wordt betaald, mag het steunbedrag niet hoger zijn dan het steunbedrag waarvoor die onderneming in aanmerking komt.
6. De steunregelingen worden ingesteld binnen drie jaar na de datum waarop de door de dierziekte of plantenplaag veroorzaakte uitgaven of verliezen zijn ontstaan.
De steun wordt binnen vier jaar na die datum betaald.
7. Bij preventiemaatregelen dekt de steun de in aanmerking komende kosten van:
a) gezondheidscontroles;
b) analyses, waaronder in-vitrodiagnostiek;
c) tests en andere screeningmaatregelen, waaronder TSE- en BSE-tests;
d) het aankopen, opslaan, toedienen en distribueren van vaccins, geneesmiddelen, stoffen voor de behandeling van dieren en gewasbeschermingsmiddelen;
e) de preventieve slacht of ruiming van dieren of de vernietiging van dierlijke producten en planten en de reiniging en ontsmetting van het bedrijf en de uitrusting.
8. Bij bestrijdings- en uitroeiingsmaatregelen dekt de steun de in aanmerking komende kosten van:
a) in het geval van dierziekten, tests en andere screeningmaatregelen, waaronder TSE- en BSE-tests;
b) het aankopen, opslaan, toedienen en distribueren van vaccins, geneesmiddelen, stoffen voor de behandeling van dieren en gewasbeschermingsmiddelen;
c) de slacht of ruiming van dieren en de vernietiging van dieren en de vernietiging van met die dieren verband houdende producten of de vernietiging van planten, met inbegrip van die welke sterven of worden vernietigd als gevolg van een vaccinatie of van andere maatregelen die door de bevoegde autoriteiten zijn opgelegd, en de reiniging en ontsmetting van het bedrijf en de uitrusting.
9. Bij steun voor het herstel van de schade als gevolg van dierziekten of plantenplagen wordt de vergoeding uitsluitend berekend op basis van:
a) de marktwaarde van de dieren die zijn geslacht of geruimd of zijn gestorven of van de met die dieren verband houdende producten of van de planten die zijn vernietigd:
i) als gevolg van de dierziekte of plantenplaag;
ii) als onderdeel van een openbaar programma of een maatregel als bedoeld in lid 2, onder (b).
Die marktwaarde wordt vastgesteld op basis van de waarde die de dieren, producten en planten hadden net voordat het vermoeden van de dierziekte of plantenplaag ontstond of werd bevestigd.
b) het inkomensverlies als gevolg van quarantaineverplichtingen, moeilijkheden bij het herbevolken of heraanplanten en de verplichte vruchtwisseling die zijn opgelegd als onderdeel van een openbaar programma of een maatregel als bedoeld in lid 2, onder b).
Kosten die geen rechtstreeks gevolg zijn van de dierziekte of de plantenplaag en anders voor rekening van de begunstigde zouden zijn, worden in mindering gebracht op dat bedrag.
10. De steun voor het herstel van schade als gevolg van dierziekten en plantenplagen blijft beperkt tot de kosten en de schade als gevolg van dierziekten en plantenplagen ten aanzien waarvan de bevoegde autoriteit:
a) in het geval van een dierziekte, formeel heeft erkend dat zich een uitbraak heeft voorgedaan, of
b) in het geval van een plantenplaag, formeel de aanwezigheid ervan heeft bevestigd.
11. Steun in verband met de in de leden 7 en 8 bedoelde in aanmerking komende kosten wordt verleend in natura en wordt betaald aan de aanbieder van de preventie- en uitroeiingsmaatregelen.
In afwijking van de eerste alinea van dit lid mag steun in verband met de in de volgende leden bedoelde in aanmerking komende kosten rechtstreeks aan de begunstigde worden toegekend als vergoeding van de kosten die de begunstigde werkelijk heeft gemaakt:
a) lid 7, onder (d), en lid 8, onder (b), in het geval van dierziekten of plantenplagen, en
b) lid 7, onder (e), en lid 8, onder (c), in het geval van plantenplagen en voor het reinigen en het ontsmetten van het bedrijf en het materiaal.
12. Er mag geen individuele steun worden toegekend als wordt geconstateerd dat de dierziekte of de besmetting met de plantenplaag met opzet of door nalatigheid van de begunstigde werd veroorzaakt.
13. De steun en de eventuele andere door de begunstigde ontvangen betalingen, waaronder betalingen op grond van andere nationale of uniale maatregelen of in het kader van een verzekeringspolis voor dezelfde in aanmerking komende kosten als bedoeld in de leden 7, 8 en 9, mogen niet meer bedragen dan 100 % van de in aanmerking komende kosten.