Art. 7 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Voorwaarden om in aanmerking te komen voor financiële bijstand

Verordening (EU) nr. 1316/2013

1. Alleen acties die bijdragen aan projecten van gemeenschappelijk belang overeenkomstig de Verordeningen (EU) nr. 1315/2013 en (EU) nr. 347/2013 en een verordening betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur, alsook programmaondersteunende acties, komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Unie, in de vorm van subsidies, aanbestedingen en financiële instrumenten.

2. In de sector vervoer worden alleen acties die bijdragen aan projecten van gemeenschappelijk belang overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1315/2013 en programmaondersteunende acties in aanmerking genomen voor financiële bijstand van de Unie, in de vorm van aanbestedingen en financiële instrumenten in het kader van deze verordening. Alleen de volgende acties komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Unie in de vorm van een subsidie krachtens van deze verordening:

a) acties die zorgen voor de tenuitvoerlegging van het kernnetwerk overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1315/2013, inclusief de ontwikkeling van nieuwe technologieën en innovaties overeenkomstig artikel 33 van die verordening, en projecten en horizontale prioriteiten in de zin van deel I van bijlage I bij de deze verordening;

b) acties die zorgen voor de tenuitvoerlegging van het uitgebreide netwerk, overeenkomstig hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 1315/2013, mits zij ertoe bijdragen ontbrekende schakels te realiseren, grensoverschrijdende verkeersstromen te vergemakkelijken of knelpunten weg te werken, en ertoe bijdragen het kernnetwerk of corridors van het kernnetwerk te ontwikkelen, of mits zij ertoe bijdragen het ERTMS te ontwikkelen op de hoofdtrajecten van de corridors voor goederenvervoer per spoor, in de zin van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 919/2010, tot een maximum van 5 % van de financiële middelen voor vervoer, in de zin van artikel 5 van deze verordening;

c) studies voor projecten van gemeenschappelijk belang zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EU) nr. 1315/2013;

d) studies voor grensoverschrijdende prioritaire projecten in de zin van bijlage III bij Besluit nr. 661/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad (22);

e) acties ter ondersteuning van projecten van gemeenschappelijk belang, zoals gedefinieerd in artikel 8, lid 1, onder a), d) en e), van Verordening (EU) nr. 1315/2013;

f) acties voor het verwezenlijken van vervoersinfrastructuur op knooppunten van het kernnetwerk, met inbegrip van stedelijke knooppunten als gedefinieerd in artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1315/2013;

g) acties ter ondersteuning van telematicatoepassingsystemen overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1315/2013;

h) acties ter ondersteuning van goederenvervoerdiensten overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1315/2013;

i) acties om de geluidsoverlast van spoorgoederenvervoer te verminderen, met name door aanpassing van bestaand rollend materieel, in overleg met onder meer de spoorwegsector;

j) programmaondersteunende acties;

k) acties met het oog op een veilige en beveiligde infrastructuur overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU) nr. 1315/2013;

l) acties ter ondersteuning van maritieme snelwegen in de zin van artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1315/2013.

Acties die betrekking hebben op vervoer op grensoverschrijdende tracés of delen daarvan komen alleen in aanmerking voor financiële bijstand van de Unie als de betrokken lidstaten onderling of met derde landen een schriftelijke overeenkomst is gesloten voor de voltooiing van het tracé.

3. In de sector energie worden alle acties ter uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang betreffende de in deel II van bijlage I genoemde prioritaire corridors en gebieden, in aanmerking genomen op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 14 van Verordening (EU) nr. 347/2013, alsmede programmaondersteunende acties, in aanmerking genomen voor financiële hulp van de Unie in de vorm van financiële instrumenten, aanbestedingen en subsidies in het kader van de onderhavige verordening.

Om het meest efficiënte gebruik van de begrotingsmiddelen van de Unie mogelijk te maken en aldus het multipliereffect van de financiële bijstand van de Unie wordt versterkt, verstrekt de Commissie die bijstand in voorkomend geval bij voorrang in de vorm van financiële instrumenten, afhankelijk van de marktacceptatie en overeenkomstig het bij artikel 14, lid 2, en artikel 21, lid 4, bepaalde maximumbedrag voor het gebruik van financiële instrumenten.

4. In de sector telecommunicatie komen alle acties voor de uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang en programmaondersteunende acties, die zijn aangeduid in de toepasselijke verordening betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en die voldoen aan de overeenkomstig die verordening vastgestelde criteria, in aanmerking voor financiële bijstand van de Unie in het kader van de onderhavige verordening, als volgt:

a) algemene diensten, platforms van kerndiensten en programmaondersteunende acties worden gefinancierd door middel van subsidies en/of aanbestedingen;

b) acties op het gebied van breedbandnetwerken worden gefinancierd door middel van financiële instrumenten.

5. Acties met een synergetisch intersectoraal effect die bijdragen aan projecten van gemeenschappelijk belang welke voldoen aan de criteria in het kader van ten minste twee in artikel 2, lid 1, genoemde verordeningen, worden in het kader van de onderhavige verordening uitsluitend in aanmerking genomen voor financiële bijstand ten behoeve van multisectorale oproepen tot het indienen van voorstellen als bedoeld in artikel 17, lid 7, enkel indien de onderdelen en de kosten van een dergelijke actie duidelijk per sector kunnen worden onderscheiden in de zin van leden 2, 3 en 4 van dit artikel.

Vorige artikelen

Volgende artikelen