Art. 4 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Specifieke sectorale doelstellingen
Verordening (EU) nr. 1316/2013
1. Onverminderd de in artikel 3 vermelde algemene doelstellingen, draagt de CEF bij tot de verwezenlijking van de specifieke sectorale doelstellingen bedoeld in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel.
2. In de sector vervoer verleent de CEF steun voor projecten van gemeenschappelijk belang in de zin van artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1315/2013 die de onderstaande doelstellingen beogen, zoals nader bepaald in artikel 4 van die verordening:
a) het opheffen van knelpunten, het vergroten van de interoperabiliteit van de spoorwegen, het overbruggen van ontbrekende schakels en in het bijzonder het verbeteren van grensoverschrijdende tracés. De verwezenlijking van deze doelstelling wordt gemeten aan de hand van:
i) het aantal nieuwe of verbeterde grensoverschrijdende verbindingen;
ii) het aantal kilometers spoorlijn dat is aangepast aan de Europese standaard voor de nominale breedte en is uitgerust met ERTMS;
iii) het aantal opgeheven knelpunten en tracés met verhoogde capaciteit op vervoersroutes voor alle vervoerswijzen die CEF-steun hebben ontvangen;
iv) de lengte van het netwerk van binnenwateren per klasse in de Unie; en
v) de lengte van het spoorwegnet in de Unie dat is vernieuwd overeenkomstig de voorwaarden als opgenomen in artikel 39, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1315/2013;
b) zorgen voor duurzame en efficiënte vervoersystemen op lange termijn, met als doel voorbereiding te treffen voor de verwachte vervoerstromen, en ook het mogelijk maken dat alle vervoerswijzen koolstofarm worden, door overgang naar innovatieve koolstofarme en energie-efficiënte vervoerstechnieken terwijl de veiligheid wordt geoptimaliseerd. De verwezenlijking van deze doelstelling wordt gemeten aan de hand van:
i) het aantal bevoorradingspunten voor alternatieve brandstof voor voertuigen die gebruik maken van het TEN-T-kernnetwerk voor wegvervoer in de Unie;
ii) het aantal binnenhavens en zeehavens van het TEN-T-kernnetwerk die voorzien zijn van bevoorradingspunten voor alternatieve brandstof in de Unie; en
iii) de daling van het aantal slachtoffers op het wegennet in de Unie;
c) het optimaliseren van de integratie en de interconnectie van vervoerswijzen en de interoperabiliteit van vervoersdiensten vergroten, en tegelijk de toegankelijkheid van de vervoersinfrastructuur verzekeren. De verwezenlijking van deze doelstelling wordt gemeten aan de hand van:
i) het aantal multimodale logistieke platforms, met inbegrip van op het spoorwegnet aangesloten binnenhavens, zeehavens en luchthavens;
ii) het aantal gemoderniseerde terminals voor overslag tussen weg- en spoorvervoer, het aantal gemoderniseerde of nieuwe verbindingen tussen havens over maritieme snelwegen;
iii) het aantal kilometers binnenvaartwegen die zijn uitgerust met RIS; en
iv) de mate van ontwikkeling van het SESAR-systeem, het VTMIS en ITS voor het wegverkeer.
De in dit lid bedoelde indicatoren gelden in voorkomend geval niet voor lidstaten zonder spoorwegnet of zonder netwerk van binnenwateren.
Deze indicatoren worden niet beschouwd als selectiecriteria of als criteria om in aanmerking te komen voor ondersteuningsacties in het kader van de CEF.
De indicatieve percentages waarmee wordt aangegeven welk gedeelte van de in artikel 5, lid 1, onder a), bedoelde begrotingsmiddelen respectievelijk voor elk van de drie sectorale doelstellingen is bestemd, worden in deel IV van bijlage I bij deze verordening vastgelegd. De Commissie kan met ten hoogste vijf procentpunten van de percentages afwijken.
3. In de sector energie verleent de CEF steun voor projecten van gemeenschappelijk belang die een of meer van de onderstaande doelstellingen beogen:
a) het concurrentievermogen ontwikkelen door de verdere integratie van de interne energiemarkt en de interoperabiliteit van de elektriciteits- en gasnetwerken over de grenzen heen aan te moedigen. De verwezenlijking van deze doelstelling wordt achteraf gemeten aan de hand van:
i) het aantal projecten die effectief zorgen voor de interconnectie van de netwerken van de lidstaten en het wegnemen van interne belemmeringen;
ii) het verminderen of opheffen van het energie-isolement van de lidstaten;
iii) het percentage van het vermogen voor grensoverschrijdend elektriciteitsvervoer ten opzichte van de geïnstalleerde capaciteit voor elektriciteitsopwekking in de betrokken lidstaten;
iv) tariefconvergentie op de gas- en/of de elektriciteitsmarkt van de betrokken lidstaten; en
v) het percentage van de hoogste piekvraag van de twee betrokken lidstaten dat wordt gedekt door omkeerbare stroominterconnecties voor gas;
b) de energievoorzieningszekerheid van de Unie verbeteren.
De verwezenlijking van deze doelstelling wordt achteraf gemeten aan de hand van:
i) het aantal projecten dat diversificatie van bevoorradingsbronnen, leveranciers en routes mogelijk maakt;
ii) het aantal projecten ter vergroting van de opslagcapaciteit;
iii) de veerkracht van het systeem, in aanmerking genomen het aantal en de duur van de voorzieningsverstoringen;
iv) de mate waarin inkrimping van de hoeveelheid hernieuwbare energie wordt vermeden;
v) de aansluiting van geïsoleerde markten op meer gediversifieerde energiebronnen;
vi) het optimale gebruik van energie-infrastructuurvoorzieningen;
c) bijdragen tot de duurzame ontwikkeling en bescherming van het milieu, onder meer door energie uit duurzame bronnen in het transmissienetwerk te integreren en door slimme energienetwerken en kooldioxidenetwerken te ontwikkelen.
De verwezenlijking van deze doelstelling wordt achteraf gemeten aan de hand van:
i) de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die van de plaats van opwekking naar belangrijke verbruiks- en opslagplaatsen wordt vervoerd;
ii) de mate waarin inkrimping van de hoeveelheid hernieuwbare energie wordt vermeden;
iii) het aantal projecten voor slimme netwerken die CEF-steun hebben genoten en de vraagrespons die zij mogelijk hebben gemaakt;
iv) de hoeveelheid CO2-emissies die zijn vermeden door projecten die CEF-steun hebben genoten.
De in lid 1, onder b), vermelde indicatoren die worden gebruikt voor het achterafmeten van het bereiken van de doelstellingen, zijn geen selectiecriteria of criteria om in aanmerking te komen voor ondersteuningsacties in het kader van de CEF.
De voorwaarden waaraan een project van gemeenschappelijk belang moet voldoen om in aanmerking te komen voor financiële bijstand van de Unie zijn vastgelegd in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 347/2013; terwijl de selectiecriteria voor een project van gemeenschappelijk belang zijn vastgelegd in artikel 4 van die verordening.
4. In de sector telecommunicatie verleent de CEF steun voor acties die de doelstellingen in de toepasselijke verordening betreffende richtsnoeren voor trans-Europese telecommunicatienetwerken beogen.