Art. 11 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Specifieke oproepen voor middelen die uit het Cohesiefonds naar de sector vervoer zijn overgedragen

Verordening (EU) nr. 1316/2013

1. Met betrekking tot het bedrag van 11 305 500 000 EUR dat uit het Cohesiefonds wordt overgedragen en bij uitsluiting bestemd is voor de lidstaten die in aanmerking komen voor het Cohesiefonds, worden specifieke oproepen gedaan betreffende projecten tot uitvoering van het kernnetwerk of projecten en horizontale prioriteiten in de zin van deel I van bijlage I, en dit uitsluitend in de lidstaten die in aanmerking komen voor financiering uit het Cohesiefonds.

2. De regels die op grond van deze verordening voor de sector vervoer gelden, zijn van toepassing op dergelijke specifieke oproepen. Tot en met 31 december 2016 worden de voor financiering in aanmerking komende projecten geselecteerd met inachtneming van de nationale toewijzingen in het kader van het Cohesiefonds. Met ingang van 1 januari 2017 worden de middelen die naar de CEF zijn overgedragen en niet voor een vervoersinfrastructuurproject zijn bestemd, aan alle voor steun uit het Cohesiefonds in aanmerking komende lidstaten ter beschikking gesteld, ter financiering van infrastructuurprojecten overeenkomstig van deze verordening.

3. Ter ondersteuning van lidstaten die in aanmerking komen voor steun uit het Cohesiefonds en die moeite hebben om projecten uit te werken welke voldoende rijp zijn, voldoende kwaliteit bieden en voldoende meerwaarde voor de Unie opleveren, wordt bijzondere aandacht besteed aan programmaondersteunende acties die gericht zijn op de versterking van de institutionele capaciteit en efficiëntie van overheidsinstanties en overheidsdiensten die zich bezighouden met de ontwikkeling en de uitvoering van de in deel I van bijlage I vermelde projecten. De Commissie kan aanvullende oproepen doen om ervoor te zorgen dat in alle lidstaten die voor steun uit het Cohesiefonds in aanmerking komen zoveel mogelijk overgedragen middelen worden opgenomen.

4. Het uit het Cohesiefonds overgeschreven bedrag van 11 305 500 000 EUR mag pas met ingang van 1 januari 2017 worden gebruikt om begrotingsmiddelen voor financiële instrumenten in de zin van deze verordening vast te leggen. Met ingang van die datum mag het uit het Cohesiefonds overgeschreven bedrag van 11 305 500 000 EUR worden gebruikt voor het vastleggen van begrotingsmiddelen voor projecten ten aanzien waarvan de betrokken entiteiten al contractuele verplichtingen hebben aangegaan.

5. Niettegenstaande artikel 10, gelden met betrekking tot het bedrag van 11 305 500 000 EUR dat uit het Cohesiefonds is overgedragen om uitsluitend te worden gebruikt in de lidstaten welke in aanmerking komen voor financiering uit het Cohesiefonds, de financieringsplafonds die van toepassing zijn op het Cohesiefonds en zoals vermeld in een verordening houdende vaststelling van de gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij, en tot vaststelling van algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, voor het volgende:

a) acties met betrekking tot subsidies voor studies;

b) acties met betrekking tot subsidies voor werken:

i) spoorwegen en binnenwateren;

ii) acties ter ondersteuning van grensoverschrijdende tracés en, in het geval van lidstaten die niet over een spoorwegnet beschikken, het TEN-T-wegennet;

iii) acties met betrekking tot vervoer over land, verbindingen met en de ontwikkeling van multimodale logistieke platforms, met name verbindingen met binnenhavens, zeehavens en luchthavens, met inbegrip van automatische voorzieningen voor het overschakelen naar een andere spoorbreedte, alsmede de ontwikkeling van havens, met inbegrip van ijsbreekcapaciteit, en punten van interconnectie, vooral met spoorwegen, met uitzondering van lidstaten zonder spoorwegnet;

c) acties met betrekking tot subsidies voor telematicatoepassingsystemen en -diensten van en betreft:

i) ERTMS, RIS en VTMIS, het SESAR-systeem en het ITS voor de vervoersector;

ii) andere telematicatoepassingsystemen;

iii) acties ter ondersteuning van de ontwikkeling van maritieme snelwegen;

d) acties met betrekking tot subsidies ter ondersteuning van nieuwe technologieën en vernieuwing voor alle vervoerswijzen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen