Art. 10 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Financieringspercentages

Verordening (EU) nr. 1316/2013

1. Behalve in de in Verordening (EU) nr. 966/2012 bepaalde gevallen worden voorstellen geselecteerd op basis van oproepen tot het indienen van voorstellen die gebaseerd zijn op de in artikel 17 van deze verordening vermelde werkprogramma's.

2. In de sector vervoer bedraagt de financiële bijstand van de Unie ten hoogste:

a) wat subsidies voor studies betreft, 50 % van de in aanmerking komende kosten;

b) wat subsidies voor werken betreft:

i) voor spoorwegennetten en voor wegennetten in het geval van lidstaten die niet over een spoorwegnet op hun grondgebied beschikken, of in het geval van een lidstaat die beschikt over een geïsoleerd net zonder goederenvervoer per spoor over lange afstand: 20 % van de in aanmerking komende kosten; dit percentage kan worden verhoogd tot maximum 30 % voor werken die leiden tot het wegwerken van knelpunten en kan worden verhoogd tot 40 % voor acties die betrekking hebben op grensoverschrijdende tracés en voor acties ter verbetering van de interoperabiliteit van het spoorwegnet;

ii) met betrekking tot de binnenvaart: 20 % van de in aanmerking komende kosten; dit percentage kan worden verhoogd tot maximum 40 % voor acties waarbij knelpunten worden weggewerkt en acties die betrekking hebben op grensoverschrijdende tracés;

iii) met betrekking tot vervoer over land, verbindingen met en de ontwikkeling van multimodale logistieke platforms, met inbegrip van verbindingen met binnenhavens, zeehavens en luchthavens, en de ontwikkeling van havens: 20 % van de in aanmerking komende kosten;

iv) voor acties om de geluidsoverlast van spoorgoederenvervoer te verminderen, met name door aanpassing van bestaand rollend materieel: 20 % van de in aanmerking komende kosten, tot een gecombineerd maximum van 1 % van de in artikel 5, lid 1, onder a), vermelde begrotingsmiddelen;

v) voor betere toegankelijkheid van de vervoersinfrastructuur voor gehandicapten: 30 % van de in aanmerking komende kosten voor de aanpassing, en in geen geval meer dan 10 % van de totale in aanmerking komende kosten;

vi) voor acties ter ondersteuning van nieuwe technologieën en innovatie voor alle vervoerswijzen: 20 % van de in aanmerking komende kosten;

vii) voor acties ter ondersteuning van grensoverschrijdende tracés van wegen: 10 % van de in aanmerking komende kosten;

c) wat subsidies voor telematicatoepassingsystemen en -diensten betreft:

i) met betrekking tot landcomponenten van ERTMS, het SESAR-systeem, RIS en VTMIS: 50 % van de in aanmerking komende kosten;

ii) met betrekking tot landcomponenten van het ITS voor het wegvervoer: 20 % van de in aanmerking komende uitgaven;

iii) met betrekking tot boordcomponenten van ERTMS: 50 % van de in aanmerking komende kosten;

iv) met betrekking tot boordcomponenten van het SESAR-systeem, RIS, VTMIS en het ITS voor het wegvervoer: 20 % van de in aanmerking komende kosten, tot een gecombineerd maximum van 5 % van de in artikel 5, lid 1, onder a), vermelde begrotingsmiddelen;

v) met betrekking tot acties ter ondersteuning van de ontwikkeling van maritieme snelwegen: 30 % van de in aanmerking komende kosten.

De Commissie schept voorwaarden voor de ontwikkeling van projecten die maritieme snelwegen naar derde landen omvatten;

vi) met betrekking tot andere telematicatoepassingsystemen dan die vermeld in de punten i) tot en met iv), goederenvervoerdiensten en veilige parkeerplaatsen op het kernwegennet: 20 % van de in aanmerking komende kosten.

3. In de sector energie: de financiële bijstand van de Unie bedraagt hoogstens 50 % van de in aanmerking komende kosten voor studies en/of werken. Het subsidiepercentage kan worden verhoogd tot maximum 75 % voor acties die gebaseerd zijn op de in artikel 14, lid 2, van Verordening (EU) nr. 347/2013 vermelde bewijzen, die zorgen voor een hoge mate van regionale of uniale voorzieningszekerheid, die de solidariteit in de Unie versterken of die bijzonder innoverende oplossingen omvatten.

4. In de sector telecommunicatie bedraagt de financiële bijstand van de Unie ten hoogste:

a) met betrekking tot acties op het gebied van algemene diensten: 75 % van de in aanmerking komende kosten;

b) met betrekking tot horizontale prioriteiten, inclusief het in kaart brengen van infrastructuur, twinning en technische bijstand: 75 % van de in aanmerking komende kosten.

Platforms voor kerndiensten worden meestal gefinancierd door middel van aanbesteding. In uitzonderlijk gevallen kunnen ze worden gefinancierd met een subsidie die tot 100 % van de in aanmerking komende kosten dekt, onverminderd het medefinancieringsbeginsel.

5. De subsidiepercentages kunnen worden opgetrokken met 10 procentpunten ten opzichte van de in de leden 2, 3 en 4 vermelde percentages voor acties die synergie opleveren tussen minstens twee sectoren die onder de CEF vallen. Deze verhoging geldt niet voor de in artikel 11 vermelde subsidiepercentages.

6. De hoeveelheid financiële bijstand die wordt toegekend aan de geselecteerde acties wordt gemoduleerd op basis van een kostenbatenanalyse van elk project, de beschikbaarheid van begrotingsmiddelen van de Unie en de behoefte om de hefboomwerking van de financiering door de Unie te maximaliseren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen