Art. 3 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Algemene doelstellingen
Verordening (EU) nr. 1316/2013
De CEF maakt het mogelijk dat projecten van gemeenschappelijk belang in het kader van het beleid voor de trans-Europese netwerken in de sectoren vervoer, telecommunicatie en energie worden voorbereid en worden uitgevoerd. De CEF verleent steun voor de tenuitvoerlegging van deze projecten van gemeenschappelijk belang die zijn gericht op de ontwikkeling en aanleg van nieuwe infrastructuur en diensten of de modernisering van bestaande infrastructuur en diensten in de sectoren vervoer, telecommunicatie en energie. Voorrang wordt gegeven aan ontbrekende schakels in de sector vervoer. De CEF draagt voorts bij aan het steunen van projecten met een Europese meerwaarde en met aanzienlijke maatschappelijke voordelen, maar die geen passende financiering vanuit de markt ontvangen. De volgende algemene doelstellingen zijn van toepassing op de sectoren vervoer, telecommunicatie en energie:
a) bijdragen tot slimme, duurzame en inclusieve groei, overeenkomstig de Europa 2020-strategie, door moderne en goed presterende netwerken te ontwikkelen waarin rekening wordt gehouden met toekomstige verkeersstromen, hetgeen voordelen voor de hele Unie oplevert in de zin van versterking van de concurrentiekracht op de wereldmarkt en economische, sociale en territoriale cohesie op de interne markt en een klimaat schept dat gunstiger is voor particuliere, publieke of publiek-private investeringen via een combinatie van financiële instrumenten en directe steun van de Unie, met betrekking tot projecten die voordeel kunnen halen uit een mix van instrumenten en uit passende benutting van intersectorale synergie.
De verwezenlijking van dit doel wordt gemeten aan de hand van het volume aan particuliere, publieke of publiek-private investeringen in projecten van gemeenschappelijk belang, en met name het volume aan private investeringen in projecten van gemeenschappelijk belang dat wordt bereikt via de financiële instrumenten uit deze verordening. Speciale aandacht gaat uit naar het efficiënte gebruik van publieke investeringen;
b) de Unie in staat stellen uiterlijk in 2020 haar doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling te halen, met name vermindering van de broeikasgasemissies met ten minste 20 % ten opzichte van het niveau van 1990, toename van de energie-efficiëntie met 20 % en verhoging van het aandeel van hernieuwbare energie tot 20 %, om zo bij te dragen aan de middellange- en langetermijndoelstellingen van de Unie inzake het verminderen van koolstof, en tegelijk grotere solidariteit tussen de lidstaten te bewerkstelligen.