Art. 2 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Definities
Verordening (EU) nr. 1316/2013
In deze verordening wordt verstaan onder:
1) "project van gemeenschappelijk belang": een project dat als zodanig is aangewezen in Verordening (EU) nr. 1315/2013 of in Verordening (EU) nr. 347/2013 of in de desbetreffende verordening betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur;
2) "grensoverschrijdend tracé": in de sector vervoer, het tracé dat zorgt voor de continuïteit van een project van gemeenschappelijk belang tussen de dichtstbijzijnde stedelijke knooppunten aan weerszijden van de grens tussen twee lidstaten of tussen een lidstaat en een buurland;
3) "buurland": een land dat binnen het toepassingsgebied van het Europees nabuurschapsbeleid valt, met inbegrip van het strategisch partnerschap, het uitbreidingsbeleid, en de Europese Economische Ruimte en de Europese Vrijhandelsassociatie;
4) "derde land": elk buurland en elk ander land waarmee de Unie kan samenwerken om de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken;
5) "werken": de aanschaf, de levering en het inzetten van componenten, systemen en diensten, inclusief software, en de uitvoering van ontwikkelings-, bouw- en installatieactiviteiten in verband met een project, alsmede de oplevering van de installaties en de inbedrijfstelling van een project;
6) "studies": activiteiten die nodig zijn ter voorbereiding van de uitvoering van projecten, zoals voorbereidende studies, het in kaart brengen, haalbaarheidsstudies, evaluatie- en validatiestudies, ook in de vorm van software, en andere technische ondersteuningsmaatregelen, met inbegrip van aan de werkzaamheden voorafgaande activiteiten die nodig zijn om een project te definiëren en te ontwikkelen en de besluiten te nemen inzake de financiering ervan, zoals verkenning ter plaatse en de voorbereiding van het financieringspakket;
7) "programmaondersteunende acties": op het niveau van de CEF, alle begeleidende maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering ervan en de tenuitvoerlegging van de individuele sectorale richtsnoeren, zoals diensten, en in het bijzonder het verlenen van technische bijstand met inbegrip voor het inzetten van financiële instrumenten, en ook activiteiten met betrekking tot de voorbereiding, haalbaarheid, coördinatie, monitoring, raadpleging van belanghebbenden, controle, audit en evaluatie die rechtstreeks vereist zijn voor het beheer van de CEF en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. Programmaondersteunende acties omvatten met name studies, vergaderingen, het in kaart brengen van infrastructuur, informatie, verspreiding, communicatie en bewustmaking, uitgaven in verband met IT-instrumenten en netwerken die zijn gericht op informatie-uitwisseling over de CEF, samen met alle andere door de Commissie gedane uitgaven voor technische en administratieve bijstand die vereist is voor het beheer van de CEF of de toepassing van de individuele sectorale richtsnoeren. De programmaondersteunende acties omvatten tevens activiteiten waarmee projecten van gemeenschappelijk belang gemakkelijker kunnen worden voorbereid, met name in de lidstaten die in aanmerking komen voor financiering uit het Cohesiefonds, en die gericht zijn op financiering in het kader van deze verordening of op de financiële markt. De programmaondersteunende acties omvatten, in voorkomend geval, tevens de kosten die het uitvoerend agentschap maakt in verband met de door de Commissie gelaste tenuitvoerlegging van bepaalde onderdelen van de CEF ("Uitvoerend Agentschap");
8) "actie": elke in financieel en technisch opzicht als autonoom aangeduide activiteit, waarvoor een bepaalde termijn is gesteld en die noodzakelijk is voor het tenuitvoerleggen van een project van gemeenschappelijk belang;
9) "subsidiabele kosten": de betekenis die daaraan in Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 wordt gegeven;
10) "begunstigde": een lidstaat, internationale organisatie, of publieke of private onderneming of orgaan, geselecteerd om financiële bijstand van de Unie te ontvangen in het kader van deze verordening en overeenkomstig de regelingen die zijn vastgesteld in het desbetreffende werkprogramma in de zin van artikel 17;
11) "uitvoeringsorgaan": een publieke of particuliere onderneming of orgaan, door een begunstigde, een lidstaat of een internationale organisatie aangewezen om de betreffende actie uit te voeren. De begunstigde beslist op eigen verantwoordelijkheid en, als voor de aanwijzing een aanbestedingscontract moet worden gegund, overeenkomstig de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake openbare aanbestedingen over deze aanwijzing;
12) "uitgebreid netwerk": de vervoersinfrastructuur die overeenkomstig hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 1315/2013 is aangeduid;
13) "kernnetwerk": de vervoersinfrastructuur die is aangeduid overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1315/2013;
14) "corridors van het kernnetwerk": instrumenten die de gecoördineerde totstandbrenging van het kernnetwerk vergemakkelijken, zoals bepaald in hoofdstuk IV van Verordening (EU) nr. 1315/2013 en die zijn opgesomd in deel I van bijlage I bij deze verordening;
15) "knelpunt": in de sector vervoer, een materiële, technische of functionele belemmering die leidt tot een breuk in een systeem, waardoor de continuïteit van het verkeer over lange afstand of het grensoverschrijdende verkeer in het gedrang komt, en die kan worden weggenomen door nieuwe infrastructuur aan te leggen of bestaande infrastructuur grondig te vernieuwen, zodat ingrijpende verbeteringen mogelijk worden die de belemmeringen wegnemen;
16) "prioriteit": elk van de prioritaire corridors voor elektriciteit, de prioritaire corridor voor gas of prioritaire thematische gebieden zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 347/2013;
17) "telematicatoepassingen": toepassingen als gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1315/2013;
18) "energie-infrastructuur": infrastructuur als gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 347/2013;
19) "intersectorale synergie": de omstandigheid dat belangen en doelstellingen van acties die worden uitgevoerd in ten minste twee van de vervoers-, telecommunicatie- en energiesectoren vergelijkbaar en complementair zijn, hetgeen dankzij de samenvoeging van financiële, technische of personele middelen leidt tot optimalisatie van de kosten of de resultaten;
20) "geïsoleerd netwerk": het spoorwegnet van een lidstaat, of een deel daarvan, in de zin van Verordening (EU) nr. 1315/2013.