Art. 12 Verordening (EU) nr. 1315/2013, Vereisten voor de vervoersinfrastructuur

Verordening (EU) nr. 1315/2013

1. De goederenterminals zijn aangesloten op de wegeninfrastructuur of, indien mogelijk, op de binnenvaartinfrastructuur van het uitgebreide netwerk.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de spoorweginfrastructuur:

a) wordt uitgerust met ERTMS, behalve in het geval van geïsoleerde netwerken;

b) voldoet aan Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad (25) en de maatregelen ter uitvoering daarvan, zodat het uitgebreide netwerk uiteindelijk interoperabel wordt;

c) voldoet aan de vereisten van de TSIs die is vastgesteld overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2008/57/EG, behalve indien toegestaan op grond van de toepasselijke TSI of volgens de in artikel 9 van Richtlijn 2008/57/EG bedoelde procedure.

d) behalve in het geval van geïsoleerde netwerken, volledige elektrificatie van de sporen, en voor zover noodzakelijk voor de exploitatie van elektrische treinen, rangeersporen;

e) voldoet aan de vereisten van Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (26) wat betreft de toegang tot goederenterminals.

3. Op verzoek van een lidstaat verleent de Commissie in terdege gemotiveerde gevallen vrijstellingen voor vereisten die strenger zijn dan de vereisten van Richtlijn 2008/57/EG ten aanzien van het ERMTS en elektrificatie.

Verwijst naar

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen