Art. 15 Verordening (EU) nr. 1315/2013, Vereisten voor de vervoersinfrastructuur

Verordening (EU) nr. 1315/2013

1. De lidstaten zorgen ervoor dat binnenhavens aangesloten zijn op de weg- en spoorweginfrastructuur.

2. Binnenhavens beschikken over ten minste één goederenterminal die op niet-discriminerende wijze en tegen transparante tarieven voor alle vervoerders toegankelijk is.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat:

a) rivieren, kanalen en meren voldoen aan de vereisten voor waterwegen van klasse IV als neergelegd in de nieuwe classificatie van de waterwegen zoals die door de Europese Conferentie van de ministers van Vervoer (ECMV) zijn ingesteld, en dat er onder de bruggen continu een vrije hoogte is, onverminderd de artikelen 35 en 36 van deze verordening.

Op verzoek van een lidstaat verleent de Commissie in terdege gemotiveerde gevallen vrijstellingen van de vereisten inzake minimumdiepgang (minder dan 2,50 m) en inzake de minimumhoogte onder bruggen (minder dan 5,25 m);

b) rivieren, kanalen en meren worden dusdanig onderhouden dat een goede status van bevaarbaarheid voor de scheepvaart mogelijkblijft, onder naleving van de toepasselijke milieuwetgeving;

c) rivieren, kanalen en meren worden uitgerust met RIS.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen