Art. 14 Verordening (EU) nr. 1315/2013, Infrastructuurcomponenten

Verordening (EU) nr. 1315/2013

1. De binnenvaartinfrastructuur omvat in het bijzonder:

a) rivieren;

b) kanalen;

c) meren;

d) daaraan gerelateerde infrastructuur zoals sluizen, liften, bruggen, stuwmeren en bijbehorende hoogwatermaatregelen die de binnenvaart ten goede kunnen komen;

e) de binnenhavens, met inbegrip van de nodige infrastructuur voor het vervoer binnen de haven;

f) bijbehorende uitrusting;

g) telematicatoepassingen, met inbegrip van RIS;

h) de verbindingen tussen binnenhavens en de andere vervoerswijzen in het trans-Europees vervoersnetwerk.

2. Om deel uit te maken van het uitgebreide netwerk moeten binnenhavens een totale jaarlijkse goederenoverslag van meer dan 500 000 ton halen. De totale jaarlijkse goederenoverslag wordt bepaald op basis van het meest recentelijk beschikbare driejaarlijkse gemiddelde, gepubliceerd door Eurostat.

3. De bij binnenwateren behorende uitrusting kan uitrusting voor het laden en lossen van goederen in binnenhavens omvatten. Tot deze uitrusting kan in het bijzonder behoren uitrusting die het gebruik mogelijk maakt van aandrijf- en besturingssystemen die de verontreiniging van bijvoorbeeld water en lucht, het energieverbruik en de koolstofintensiteit verminderen. Tot de uitrusting kunnen behoren: ontvangstvoorzieningen voor afval, walstroomvoorzieningen en voorzieningen voor de inzameling van afgewerkte olie, alsook uitrusting voor het breken van ijs, voor hydrologisch onderzoek, en voor het baggeren van de haven en toegangsvaarwegen, om het hele jaar door de bevaarbaarheid te verzekeren.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen