Art. 11 Verordening (EU) nr. 1315/2013, Infrastructuurcomponenten
Verordening (EU) nr. 1315/2013
1. De spoorweginfrastructuur omvat in het bijzonder:
a) hogesnelheidslijnen en conventionele spoorlijnen, met inbegrip van:
i) rangeersporen;
ii) tunnels;
iii) bruggen;
b) goederenterminals en logistieke platforms voor de overslag van goederen tussen treinen of tussen het spoor en een andere vervoerwijze;
c) stations op de in bijlage I vermelde lijnen waar passagiers van de ene trein op een andere of van spoorvervoer op een andere vervoerwijze kunnen overstappen;
d) de verbindingen van stations, goederenterminals en logistieke platforms met andere vervoerswijzen in het trans-Europees vervoersnetwerk;
e) bijbehorende uitrusting;
f) telematicatoepassingen.
2. Spoorlijnen worden aangelegd in een van de volgende vormen:
a) spoorlijnen voor hogesnelheidsvervoer, met name:
i) speciaal aangelegde hogesnelheidslijnen die uitgerust zijn voor snelheden van ten minste 250 km/u;
ii) conventionele lijnen die speciaal aangepast zijn voor snelheden van ongeveer 200 km/u;
iii) lijnen die speciaal zijn aangepast voor hoge snelheden en die een specifiek karakter hebben omdat de snelheid moet worden afgestemd op topografische belemmeringen, het reliëf of de stedelijke bebouwing. Onder deze categorie vallen de verbindingslijnen tussen hogesnelheids- en conventionele netwerken, de lijnen door stations, verbindingslijnen die toegang geven tot terminals, remises en verbindingslijnen die op conventionele snelheid worden gebruikt door „hogesnelheid” rollend materieel;
b) spoorlijnen voor conventioneel vervoer.
3. Tot de uitrusting voor spoorlijnen kunnen onder meer behoren: de elektrificatiesystemen, de uitrusting voor het in- en uitstappen van passagiers en voor het laden en lossen van goederen in stations, logistieke platforms en goederenterminals. Tot de uitrusting kunnen mede behoren voorzieningen, zoals voorzieningen voor automatische omschakeling naar een andere spoorbreedte, die nodig zijn voor een veilige, betrouwbare en efficiënte voertuigexploitatie, met inbegrip van een geringer milieueffect en een verhoogde interoperabiliteit.