Art. 9 Richtlijn 2008/57/EG, Afwijkingen
1. Bij gebreke van relevante specifieke gevallen is een lidstaat in de volgende gevallen niet verplicht een of meer TSI’s overeenkomstig dit artikel toe te passen:
a) een voorgesteld nieuw subsysteem, de vernieuwing of verbetering van een bestaand subsysteem, elk element als genoemd in artikel 1, lid 1, in een gevorderde ontwikkelingsfase of waarvoor een uitvoeringsovereenkomst loopt wanneer die TSI’s worden gepubliceerd;
b) voor een project voor de vernieuwing of verbetering van een bestaand subsysteem, wanneer het profiel, de spoorwijdte of de spoorafstand, of de elektrische spanning niet verenigbaar zijn met die van het bestaande subsysteem;
c) voor een project voor een nieuw subsysteem of een project voor de vernieuwing of herinrichting van een bestaand subsysteem, uit te voeren op het grondgebied van die lidstaat, wanneer het spoorwegnet van die lidstaat niet grenst aan of door de zee of als gevolg van speciale geografische omstandigheden afgesneden is van het spoorwegnet van de rest van de Gemeenschap;
d) voor elk project betreffende de vernieuwing, uitbreiding of verbetering van een bestaand subsysteem, wanneer de toepassing van deze TSI’s de economische levensvatbaarheid van het project en/of de samenhang van het spoorwegsysteem van de lidstaat in gevaar brengt;
e) wanneer het, na een ongeluk of een natuurramp, in verband met de noodzakelijke snelle herstelling van het net economisch of technisch niet mogelijk is de overeenkomstige TSI geheel of gedeeltelijk toe te passen;
f) voor voertuigen met een plaats van vertrek of bestemming in een derde land met een andere spoorwijdte dan die van het hoofdspoorwegnet binnen de Gemeenschap.
2. De betrokken lidstaat dient in de in lid 1 bedoelde gevallen bij de Commissie een dossier in dat de in bijlage IX vermelde punten bevat. De Commissie analyseert de door de lidstaat geplande maatregelen en stelt het in artikel 29 vermelde comité daarvan in kennis.
3. In het in lid 1, onder a), bedoelde geval stelt de lidstaat de Commissie binnen een jaar na de inwerkingtreding van elk TSI in kennis van een lijst van projecten die op zijn grondgebied worden uitgevoerd en die in een vergevorderd stadium van ontwikkeling zijn.
4. In de gevallen bedoeld in lid 1, onder a), c) en e), gaat de Commissie na of het dossier conform is en stelt zij de lidstaat in kennis van de resultaten van haar analyse. Indien nodig wordt een aanbeveling gedaan betreffende de toe te passen specificaties. De lidstaat kan zonder afwachten de in bijlage IX bedoelde alternatieve bepalingen toepassen.
5. In de gevallen bedoeld in lid 1, onder b), d) en f), beslist de Commissie volgens de in artikel 29, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing of een verzoek te mogen afwijken wordt aanvaard. In het geval bedoeld in lid 1, onder b), wordt in het besluit van de Commissie evenwel niet verwezen naar het profiel en de spoorbreedte. Uiterlijk zes maanden nadat het verzoek, samen met het volledige dossier, is ingediend, neemt de Commissie een beslissing. Als een dergelijke beslissing niet wordt genomen, wordt het verzoek geacht te zijn aanvaard. In afwachting van de beslissing van de Commissie mag een lidstaat in het geval bedoeld in lid 1, onder f), de in bijlage IX bedoelde alternatieve bepalingen toepassen.
6. Alle lidstaten worden op de hoogte gesteld van de resultaten van de analysen en van de resultaten van de in de leden 4 en 5 bedoelde procedure.