Art. 368 Verordening (EU) nr. 575/2013, Kwalitatieve vereisten

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. De voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte interne modellen zijn solide qua concept en worden zorgvuldig toegepast; ze voldoen meer bepaald aan elk van de volgende kwalitatieve vereisten:

a) interne modellen die voor de berekening van de kapitaalvereisten voor het positierisico, valutarisico of grondstoffenrisico worden gebruikt, zijn in hoge mate geïntegreerd in het dagelijkse proces van risicobeheer van de instelling en dienen als basis voor het rapporteren van risicoblootstellingen aan de directie;

b) de instelling heeft een afdeling risicobeheersing, die onafhankelijk is van de handelsafdelingen en rechtstreeks rapporteert aan de directie. Deze afdeling is belast met het ontwerpen en implementeren van de voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte interne modellen. Deze afdeling, die verantwoordelijk is voor het algemene risicobeheersysteem, verricht de initiële en doorlopende validatie van de voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte interne modellen. De afdeling produceert en analyseert dagelijks rapporten over de output van de interne modellen die worden gebruikt om de kapitaalvereisten voor het positierisico, het valutarisico en het grondstoffenrisico te berekenen, alsook over de inzake transactielimieten te nemen passende maatregelen;

c) het leidinggevend orgaan en de directie van de instelling zijn actief bij het proces van risicobeheersing betrokken; de dagelijkse rapporten die de afdeling risicobeheersing opstelt, worden getoetst door een directie-echelon dat voldoende bevoegdheden heeft om zowel verminderingen van de posities die afzonderlijke handelaren ingenomen hebben als verminderingen in de totale risicoblootstelling van de instelling af te dwingen;

d) de instelling beschikt over voldoende personeel dat onderlegd is in het gebruik van geavanceerde interne modellen, met inbegrip van de voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte modellen, op de gebieden handel, risicobeheersing, accountantscontrole en administratieve verwerking;

e) de instelling beschikt over procedures voor het bewaken en afdwingen van de naleving van een in documentatie vastgelegde reeks interne beleidslijnen en controlevoorschriften, die betrekking hebben op de werking van haar interne modellen als geheel, met inbegrip van de voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte modellen;

f) de voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte interne modellen zijn in het verleden redelijk accuraat gebleken in het meten van risico's;

g) de instelling voert frequent een stringent programma van stresstests uit, met inbegrip van reverse stresstests, dat ook alle voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte interne modellen omvat; de uitkomsten van deze stresstests worden getoetst door de directie en worden verwerkt in het beleid en in de limieten die door haar worden bepaald. Dit proces bestrijkt met name de illiquiditeit van markten onder gespannen marktomstandigheden, het concentratierisico, "one way"-markten, "event" en "jump-to-default"-risico's, de niet-lineariteit van producten, "deep out-of-the-money"-posities, aan prijsverschillen onderhevige posities en andere risico's die wellicht niet op adequate wijze door de interne modellen worden bestreken. De toegepaste schokken weerspiegelen de aard van de portefeuilles en de tijd die nodig kan zijn om onder hevige marktomstandigheden risico's af te dekken of te beheren;

h) als onderdeel van het periodieke interne auditproces verricht de instelling een onafhankelijke toetsing van haar interne modellen, met inbegrip van de voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte modellen.

2. De in lid 1, punt h), bedoelde toetsing heeft betrekking op zowel de activiteiten van de handelsafdelingen als de activiteiten van de onafhankelijke afdeling risicobeheersing. Ten minste eenmaal per jaar verricht de instelling een toetsing van haar algehele risicobeheerproces. In deze toetsing worden de volgende elementen betrokken:

a) het adequaat zijn van de documentatie over het risicobeheersysteem en -proces en van de organisatie van de afdeling risicobeheersing;

b) de integratie van risicomaatstaven in het dagelijkse risicobeheer en de deugdelijkheid van het beheersinformatiesysteem;

c) het proces dat de instelling toepast voor het fiatteren van risicowaarderingsmodellen en waarderingssystemen die door het personeel in de handelsafdelingen en de afdeling administratieve verwerking worden gebruikt;

d) aard en omvang van de risico's die door het risicometingsmodel worden bestreken en de validering van significante veranderingen in het risicometingsproces;

e) het accuraat en volledig zijn van gegevens over posities, het accuraat en correct zijn van aannames over volatiliteit en correlaties, en het accuraat zijn van de waarderings- en risicogevoeligheidsberekeningen;

f) het verificatieproces dat de instelling hanteert ter beoordeling van de consistentie, tijdigheid en betrouwbaarheid van de gegevensbronnen die voor de interne modellen gebruikt worden, alsmede van de onafhankelijkheid van deze gegevensbronnen;

g) het verificatieproces dat de instelling gebruikt voor het evalueren van de back-testing waarmee het accuraat zijn van het model wordt beoordeeld.

3. De instellingen maken gebruik van de vorderingen op het gebied van technieken en optimale werkwijzen in de voor de toepassing van dit hoofdstuk gebruikte interne modellen naarmate deze vorderingen zich voordoen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen