Art. 366 Verordening (EU) nr. 575/2013, Wettelijk vereiste back-testing en vermenigvuldigingsfactoren
1. De uitkomsten van de in artikel 365 bedoelde berekeningen worden verhoogd met de vermenigvuldigingsfactoren (mc) en (ms).
2. Elk van de vermenigvuldigingsfactoren (mc) en (ms) is gelijk aan de som van ten minste 3 en een optelgetal tussen 0 en 1 overeenkomstig tabel 1. Dit optelgetal is afhankelijk van het aantal overschrijdingen ("overshootings") gedurende de laatste 250 werkdagen dat de instelling bij de back-testing van de overeenkomstig artikel 365, lid 1, berekende VaR-waarde heeft geconstateerd.
Tabel 1
Aantal overschrijdingen
Optelgetal
minder dan 5
0,00
5
0,40
6
0,50
7
0,65
8
0,75
9
0,85
10 of meer
1,00
3. De instellingen tellen de dagelijkse overschrijdingen door middel van back-testing op hypothetische en werkelijke veranderingen in de waarde van de portefeuille. Een overschrijding is een eendagsverandering in de waarde van de portefeuille die meer bedraagt dan de gerelateerde, uit het model van de instelling resulterende VaR-eendagswaarde. Ter bepaling van het optelgetal wordt het aantal overschrijdingen ten minste eenmaal per kwartaal beoordeeld, en gelijkgesteld met het hoogste aantal van de in het kader van de hypothetische en de feitelijke veranderingen in de waarde van de portefeuille geconstateerde overschrijdingen.
Bij back-testing van de hypothetische veranderingen van de waarde van de portefeuille wordt een vergelijking gemaakt tussen de eindedagswaarde van de portefeuille en, uitgaande van ongewijzigde posities, de waarde van de portefeuille aan het einde van de daaropvolgende werkdag.
De back-testing van de feitelijke veranderingen in de waarde van de portefeuille wordt gebaseerd op een vergelijking tussen de eindedagswaarde van de portefeuille en de feitelijke waarde van de portefeuille aan het einde van de daaropvolgende werkdag, exclusief vergoedingen, commissies en nettorentebaten.
4. De bevoegde autoriteiten kunnen in individuele gevallen het optelgetal beperken tot het getal dat resulteert uit het aantal overschrijdingen in het kader van de hypothetische veranderingen indien het aantal overschrijdingen in het kader van de feitelijke veranderingen niet voortvloeit uit tekortkomingen in het interne model.
5. Om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen de juistheid van de vermenigvuldigingsfactoren doorlopend te bewaken, brengen de instellingen de uit hun back-testingprogramma resulterende overschrijdingen terstond en in ieder geval binnen vijf werkdagen ter kennis van de bevoegde autoriteiten.