Art. 277 Verordening (EU) nr. 575/2013, Transacties met een lineair risicoprofiel

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. De instellingen mappen transacties met een lineair risicoprofiel naar risicoposities overeenkomstig de volgende bepalingen:

a) transacties met een lineair risicoprofiel waarbij aandelen (met inbegrip van aandelenindices), goud, andere edele metalen of andere grondstoffen de onderliggende waarde vormen, worden gemapt naar een risicopositie in de desbetreffende aandelen (of aandelenindex) of in de desbetreffende grondstof en naar een renterisicopositie voor het betalingsgedeelte;

b) transacties met een lineair risicoprofiel waarbij een schuldinstrument het onderliggende instrument vormt, worden gemapt naar een renterisicopositie voor het schuldinstrument en naar een andere renterisicopositie voor het betalingsgedeelte;

c) bij transacties met een lineair risicoprofiel die in de uitwisseling van twee betalingen voorzien (valutatermijntransacties daaronder begrepen), wordt elk van beide betalingsgedeelten naar een renterisicopositie gemapt;

Indien in het kader van een transactie als vermeld in punt a), b) of c) een betalingsgedeelte of het onderliggende schuldinstrument in een buitenlandse valuta luidt, wordt dat betalingsgedeelte of onderliggende schuldinstrument eveneens naar een risicopositie in die valuta gemapt.

2. Voor de toepassing van lid 1 is, behalve voor schuldinstrumenten, de omvang van een risicopositie die voortvloeit uit een transactie met een lineair risicoprofiel gelijk aan de effectieve notionele waarde (marktprijs maal hoeveelheid) van de onderliggende financiële instrumenten of grondstoffen, omgerekend in de nationale valuta van de instelling door vermenigvuldiging met de toepasselijke wisselkoers.

3. Voor schuldinstrumenten en voor betalingsgedeelten is de omvang van de risicopositie gelijk aan de effectieve notionele waarde van de uitstaande brutobetalingen (inclusief het notionele bedrag), omgerekend in de valuta van de lidstaat van herkomst, vermenigvuldigd met de gewijzigde duration van, naar gelang van het geval, het schuldinstrument of het betalingsgedeelte.

4. De omvang van een risicopositie die voortvloeit uit een kredietverzuimswap is de notionele waarde van het als referentie fungerende schuldinstrument vermenigvuldigd met de resterende looptijd van de kredietverzuimswap.

Vorige artikelen

Volgende artikelen