Art. 281 Verordening (EU) nr. 575/2013, Renterisicoposities
1. Om de renterisicopositie te berekenen, passen de instellingen de volgende bepalingen toe.
2. Voor renterisicoposities die voortvloeien uit:
a) gelddeposito's die van de tegenpartij als zekerheid zijn ontvangen;
b) betalingsgedeelten;
c) onderliggende schuldinstrumenten,
waarop telkens een kapitaalopslag van 1,60 % of minder van toepassing is overeenkomstig tabel 1 van artikel 336, brengen de instellingen die posities onder in een van de zes samenstellen van afdekkingsinstrumenten voor elke valuta van tabel 4.
Tabel 4
Rentetarieven waarvoor rente op overheidspapier als referentierentetarief fungeert
Rentetarieven waarvoor rente op niet-overheidspapier als referentierentetarief fungeert
Looptijd
1 jaar
> 1 ≤ 5 jaar
> 5 jaar
1 jaar
> 1 ≤ 5 jaar
> 5 jaar
3. Voor renterisicoposities die voortvloeien uit onderliggende schuldinstrumenten of betalingsgedeelten voor welke de rente gekoppeld is aan een referentierente die een algemeen marktrenteniveau weerspiegelt, is de resterende looptijd gelijk aan de duur van het tijdsinterval tot de volgende aanpassing van de rente. In alle overige gevallen is de resterende looptijd gelijk aan de resterende looptijd van het onderliggende schuldinstrument of, in het geval van een betalingsgedeelte, de resterende looptijd van de transactie.