Art. 20 Verordening (EU) nr. 65/2011, Controles ter plaatse

Verordening (EU) nr. 65/2011

1. De bevoegde controleautoriteit voert ten aanzien van de eisen en normen waarvoor zij verantwoordelijk is, controles ter plaatse uit bij ten minste 1 % van alle begunstigden die betalingsaanvragen in het kader van artikel 36, onder a), punten i) tot en met v), en onder b), punten i), iv) en v), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 hebben ingediend.

2. De steekproeven van op grond van lid 1 te controleren begunstigden kunnen worden geselecteerd uit hetzij de steekproef van begunstigden die reeds overeenkomstig artikel 12 van deze verordening zijn geselecteerd en voor wie de desbetreffende eisen of normen gelden, hetzij de volledige populatie van begunstigden die betalingsaanvragen in het kader van artikel 36, onder a), punten i) tot en met v), en onder b), punten i), iv) en v), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 hebben ingediend en die verplicht zijn de respectieve eisen of normen na te leven.

3. Er mag een combinatie van de in lid 2 genoemde procedures worden toegepast wanneer een dergelijke combinatie het controlesysteem doeltreffender maakt.

4. Wanneer de besluiten en normen die relevant zijn voor de randvoorwaarden, voorschrijven dat de controles ter plaatse onaangekondigd moeten worden uitgevoerd, geldt dit ook voor de controles ter plaatse op de naleving van de randvoorwaarden.