Art. 24 Verordening (EU) nr. 65/2011, Administratieve controles
1. Alle steunaanvragen, betalingsaanvragen en andere verklaringen die een begunstigde of een derde moet indienen, worden onderworpen aan administratieve controles die alle elementen betreffen waarvoor het mogelijk en passend is deze met administratieve middelen te controleren. De procedures schrijven voor dat de verrichte controlewerkzaamheden, de verificatieresultaten en de ten aanzien van afwijkingen genomen maatregelen moeten worden geregistreerd.
2. Bij de administratieve controles van steunaanvragen worden met name geverifieerd:
a) de subsidiabiliteit van de concrete actie waarvoor steun wordt aangevraagd;
b) de inachtneming van de in het programma voor plattelandsontwikkeling bepaalde selectiecriteria;
c) de overeenstemming van de concrete actie waarvoor steun wordt aangevraagd, met geldende nationale en EU-regelgeving betreffende in het bijzonder, en voor zover relevant, overheidsopdrachten, staatssteun en andere toepasselijke dwingende normen die in nationale wetgeving of in het programma voor plattelandsontwikkeling zijn vastgesteld;
d) de redelijkheid van de in de aanvraag vermelde kosten, die worden geëvalueerd met behulp van een geschikt evaluatiesysteem zoals referentiekosten, een vergelijking van verschillende offertes of een evaluatiecomité;
e) de betrouwbaarheid van de aanvrager in het licht van eventuele eerdere medegefinancierde, in of na 2000 ondernomen concrete acties.
3. Bij de administratieve controles van betalingsaanvragen worden met name, en voor zover dat voor de betrokken aanvraag dienstig is, geverifieerd:
a) de levering van de medegefinancierde producten en diensten;
b) het reële karakter van de in de aanvraag vermelde uitgaven;
c) de voltooide concrete actie vergeleken met de concrete actie waarvoor de steunaanvraag was ingediend en de steun was toegekend.
4. Als onderdeel van de administratieve controles van investeringsacties wordt ten minste één bezoek gebracht aan de gesteunde concrete actie of de locatie van de investering om de uitvoering van de investering te controleren.
De lidstaten kunnen echter om gegronde redenen besluiten om van een dergelijk bezoek af te zien, bijvoorbeeld omdat:
a) de concrete actie al is opgenomen in de steekproef voor een overeenkomstig artikel 25 te verrichten controle ter plaatse;
b) de concrete actie in kwestie een kleine investering betreft;
c) de lidstaat de kans dat niet aan de steunvoorwaarden is voldaan of dat de investering niet is gedaan, gering acht.
Het in de tweede alinea bedoelde besluit en de motivering ervan worden geregistreerd.
5. De administratieve controles omvatten ook procedures ter voorkoming van een onregelmatige dubbele financiering waarbij ook in het kader van andere nationale of EU-regelingen of andere programmeringsperioden financiering wordt verkregen. Wanneer er ook sprake is van financiering uit andere bronnen, wordt er bij die controles op toegezien dat de in totaal ontvangen steun niet hoger is dan de toegestane steunmaxima.
6. De door de begunstigden verrichte betalingen worden gestaafd door facturen en bewijsstukken van de betaling. Waar dit niet mogelijk is, worden de betalingen gestaafd door stukken met vergelijkbare bewijskracht.