Art. 17 Verordening (EU) nr. 65/2011, Verlagingen en uitsluitingen in verband met het aantal dieren

Verordening (EU) nr. 65/2011

1. Voor de toepassing van dit artikel worden runderen en schapen en geiten elk afzonderlijk behandeld.

Voor dieren van andere dan de in de eerste alinea genoemde soorten stelt de lidstaat een passend systeem van verlagingen en uitsluitingen vast.

2. Indien een individueel maximum geldt, wordt het in de betalingsaanvraag aangegeven aantal dieren verlaagd tot het voor de betrokken begunstigde vastgestelde maximum.

Er kan in geen geval steun worden toegekend voor een groter aantal dieren dan het in de betalingsaanvraag aangegeven aantal.

Indien het in de betalingsaanvraag aangegeven aantal dieren groter is dan het bij administratieve controles of controles ter plaatse geconstateerde aantal, wordt de steun berekend op basis van het geconstateerde aantal dieren.

3. Een rund dat één van de twee oormerken is kwijtgeraakt, wordt geacht deel uit te maken van de geconstateerde dieren, mits het duidelijk en individueel kan worden geïdentificeerd aan de hand van de andere elementen van het systeem voor de identificatie en registratie van runderen.

Bij onregelmatigheden die verband houden met onjuiste vermeldingen in het runderregister of op de dierpaspoorten, wordt het betrokken rund slechts geacht geen deel uit te maken van de geconstateerde dieren indien de fouten bij ten minste twee controles binnen een periode van 24 maanden worden vastgesteld. In alle andere gevallen wordt het betrokken dier na de eerste vaststelling geacht geen deel uit te maken van de geconstateerde dieren.

Het bepaalde in artikel 3, lid 4, van deze verordening is van toepassing op de in het kader van de identificatie- en registratieregeling voor runderen opgetekende of gemelde gegevens.

4. In het in lid 2, derde alinea, bedoelde geval wordt het totale bedrag aan steun waarop de begunstigde in het kader van de maatregel aanspraak kan maken, verlaagd met het overeenkomstig lid 6 te bepalen percentage indien voor niet meer dan drie dieren onregelmatigheden worden vastgesteld.

5. Indien voor meer dan drie dieren onregelmatigheden worden vastgesteld, wordt het totale bedrag aan steun waarop de begunstigde in het kader van de maatregel aanspraak kan maken, verlaagd met:

a) het overeenkomstig lid 6 bepaalde percentage indien dit niet hoger is dan 10 %;

b) tweemaal het overeenkomstig lid 6 bepaalde percentage indien dit hoger dan 10 % maar niet hoger dan 20 % is.

Indien dit percentage hoger is dan 20 %, wordt geen steun voor de betrokken maatregel toegekend.

Indien dit percentage hoger is dan 50 %, wordt de begunstigde nogmaals van steun uitgesloten voor het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen het aangegeven aantal dieren en het overeenkomstig lid 2, derde alinea, geconstateerde aantal dieren. Het bedrag dat uit de uitsluiting voortvloeit, wordt verrekend overeenkomstig artikel 5 ter van Verordening (EG) nr. 885/2006. Indien het bedrag niet volledig overeenkomstig dat artikel kan worden verrekend gedurende de drie kalenderjaren volgende op het kalenderjaar waarin het verschil is vastgesteld, komt het nog uitstaande saldo te vervallen.

6. Voor de bepaling van de in de leden 4 en 5 bedoelde percentages wordt het aantal dieren waarvoor onregelmatigheden zijn vastgesteld, gedeeld door het geconstateerde aantal dieren.

Bij toepassing van artikel 16, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1122/2009 worden potentieel premiabele dieren die niet correct geïdentificeerd of geregistreerd overeenkomstig de identificatie- en registratieregeling voor runderen blijken te zijn, beschouwd als dieren ten aanzien waarvan onregelmatigheden zijn vastgesteld.

7. Indien het verschil tussen het aangegeven aantal dieren en het overeenkomstig lid 2, derde alinea, geconstateerde aantal het gevolg is van opzettelijke onregelmatigheden, wordt voor de betrokken maatregel geen steun toegekend.

Is het overeenkomstig lid 6 bepaalde percentage hoger dan 20 %, wordt de begunstigde nogmaals van steun uitgesloten voor het bedrag dat overeenstemt met het verschil tussen het aangegeven aantal dieren en het overeenkomstig lid 2, derde alinea, geconstateerde aantal dieren. Het bedrag dat uit de uitsluiting voortvloeit, wordt verrekend overeenkomstig artikel 5 ter van Verordening (EG) nr. 885/2006. Indien het bedrag niet volledig kan worden verrekend gedurende de drie kalenderjaren volgende op het kalenderjaar waarin het verschil wordt vastgesteld, komt het nog uitstaande saldo te vervallen.