Art. 19 Verordening (EU) nr. 65/2011, Algemene regels
1. Onverminderd artikel 51, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 worden onder „randvoorwaarden” verstaan de in artikel 50 bis, lid 1, eerste alinea, van die verordening bedoelde voorgeschreven beheerseisen en goede landbouw- en milieucondities en de in artikel 51, lid 1, tweede alinea, van die verordening bedoelde minimumeisen inzake het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen.
2. Artikel 22 van Verordening (EG) nr. 73/2009 en artikel 2, tweede alinea, punten 2 en 32 tot en met 37, de artikelen 8, 47, 48, en 49, artikel 50, met uitzondering van lid 1, eerste alinea, artikel 51, leden 1, 2 en 3, de artikelen 52, 53 en 54, artikel 70, leden 3, 4, 6 en 7, en de artikelen 71 en 72 van Verordening (EG) nr. 1122/2009 zijn van overeenkomstige toepassing op de randvoorwaarden.
3. Voor de berekening van de in artikel 21 van deze verordening bedoelde verlaging worden de in artikel 39, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde minimumeisen inzake het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen geacht betrekking te hebben op respectievelijk het gebied „milieu” en het gebied „volksgezondheid, diergezondheid en gezondheid van planten”, zoals vastgelegd in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009. Beide minimumeisen worden beschouwd als een besluit in de zin van artikel 2, tweede alinea, punt 33, van Verordening (EG) nr. 1122/2009.