Art. 3 Verordening (EU) nr. 994/2010, Verantwoordelijkheid voor de gasleveringszekerheid
1. De gasleveringszekerheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van de aardgasbedrijven, de lidstaten, met name via hun bevoegde instanties, en de Commissie, elk binnen hun respectieve activiteitenterreinen en bevoegdheidsgebieden. Deze gedeelde verantwoordelijkheid vraagt van hen een hoog niveau van onderlinge samenwerking.
2. Zodra mogelijk en uiterlijk op 3 december 2011 wijst elke lidstaat een bevoegde instantie aan die verantwoordelijk is voor het waarborgen van de uitvoering van de in deze verordening vervatte maatregelen. In voorkomend geval voeren de nationale entiteiten die momenteel verantwoordelijk zijn voor de gasleveringszekerheid de maatregelen uit die de bevoegde instantie krachtens deze verordening moeten uitvoeren, totdat de bevoegde instantie formeel is aangewezen. Deze maatregelen zijn onder meer het verrichten van de in artikel 9 bedoelde risico-evaluatie en het, op basis van die risico-evaluatie, opstellen van een preventief actieplan en een noodplan en de regelmatige monitoring van de gasleveringszekerheid op nationaal niveau. Bevoegde instanties werken met elkaar samen om verstoringen van de levering te trachten voorkomen en de schade bij een dergelijk voorval te beperken. Niets belet de lidstaten om uitvoeringswetgeving vast te stellen indien dat noodzakelijk is om aan de voorschriften van deze verordening te voldoen.
3. Elke lidstaat stelt de Commissie onverwijld in kennis van de naam van de bevoegde instantie nadat die is aangewezen en, in voorkomend geval, van de namen van de voor de gasleveringszekerheid verantwoordelijke nationale entiteiten die als voorlopige bevoegde instantie optreden, als bedoeld in lid 2. Elke lidstaat maakt deze aanwijzingen bekend.
4. Bij de uitvoering van de maatregelen van deze verordening stelt de bevoegde instantie de rol en de verantwoordelijkheden zo vast dat een benadering op drie niveaus wordt gewaarborgd, waarbij allereerst de betrokken aardgasbedrijven en het bedrijfsleven worden ingeschakeld, vervolgens de lidstaten op nationaal dan wel regionaal niveau, en dan de Unie.
5. De Commissie coördineert in voorkomend geval de acties van de bevoegde instanties op regionaal en Unieniveau, overeenkomstig deze verordening, onder meer via de in artikel 12 bedoelde Groep coördinatie gas of de in artikel 11, lid 4, bedoelde crisismanagementgroep, met name in het geval van een noodsituatie op Unie- of regionaal niveau zoals gedefinieerd in artikel 11, lid 1.
6. De in de preventieplannen en de noodplannen opgenomen maatregelen om de leveringszekerheid te waarborgen zijn duidelijk omschreven, transparant, evenredig, niet-discriminerend en verifieerbaar, verstoren niet op onnodige wijze de mededinging en de goede werking van de interne gasmarkt en brengen de gasleveringszekerheid van andere lidstaten of de Unie in haar geheel niet in gevaar.