Art. 15 Verordening (EG) nr. 1005/2009, Invoer van gereguleerde stoffen en producten en apparaten die gereguleerde stoffen bevatten of nodig hebben

Verordening (EG) nr. 1005/2009

1. De invoer van gereguleerde stoffen alsook van producten en apparaten, met uitzondering van persoonlijke bezittingen, die dergelijke stoffen bevatten of nodig hebben, is verboden.

2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor de invoer van:

a) gereguleerde stoffen voor analytische en laboratoriumtoepassingen als bedoeld in artikel 10 en artikel 11, lid 2;

b) gereguleerde stoffen bestemd voor gebruik als grondstof;

c) gereguleerde stoffen voor bestemd gebruik als technische hulpstof;

d) gereguleerde stoffen voor vernietiging met de in artikel 22, lid 2, bedoelde technieken;

e) chloorfluorkoolwaterstoffen die zullen worden herverpakt en vervolgens uiterlijk op 31 december van het erop volgende kalenderjaar wederuitgevoerd worden naar een partij op het grondgebied waarvan het verbruik of de invoer van die chloorfluorkoolwaterstoffen niet verboden is, zulks tot en met 31 december 2019;

f) methylbromide voor gebruik in noodgevallen als bedoeld in artikel 12, lid 3, dan wel, tot en met 31 december 2014, voor herverpakking en daaropvolgende wederuitvoer voor toepassingen voor quarantainedoeleinden en toepassingen voorafgaand aan het vervoer, op voorwaarde dat de wederuitvoer in het jaar van invoer plaatsvindt;

g) teruggewonnen, gerecycleerde of geregenereerde halonen, op voorwaarde dat zij uitsluitend worden ingevoerd voor kritische toepassingen als bedoeld in artikel 13, lid 1, door ondernemingen waaraan de bevoegde instantie van de betreffende lidstaat toestemming heeft verleend voor de opslag van halonen voor kritische toepassingen;

h) producten en apparaten die gereguleerde stoffen bevatten of nodig hebben, met het oog op vernietiging met, voor zover van toepassing, technieken als bedoeld in artikel 22, lid 2;

i) producten en apparaten die gereguleerde stoffen bevatten of nodig hebben, bestemd om te voorzien in laboratorium- en analytische toepassingen als bedoeld in artikel 10 en artikel 11, lid 2;

j) producten en apparaten die halonen bevatten of nodig hebben, bestemd om te voorzien in kritische toepassingen als bedoeld in artikel 13, lid 1;

k) producten en apparaten die chloorfluorkoolwaterstoffen bevatten waarvan het op de markt brengen is toegestaan overeenkomstig artikel 11, lid 5.

3. De in lid 2 bedoelde invoer, met uitzondering van de invoer voor doorvoer door het douanegebied van de Gemeenschap of de invoer in het kader van de regeling tijdelijke opslag, douane-entrepot of vrije zone als bedoeld in Verordening (EG) nr. 450/2008, op voorwaarde dat zij niet langer dan 45 dagen in het douanegebied van de Gemeenschap blijven en achteraf niet in de Gemeenschap in het vrije verkeer worden gebracht of worden vernietigd of verwerkt, is onderworpen aan de voorlegging van een invoervergunning. Die vergunningen worden door de Commissie afgegeven, nadat is nagegaan of aan de artikelen 16 en 20 is voldaan.