Art. 10 Verordening (EG) nr. 1005/2009, Essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen van andere gereguleerde stoffen dan chloorfluorkoolwaterstoffen

Verordening (EG) nr. 1005/2009

1. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 4 en 5, mogen andere gereguleerde stoffen dan chloorfluorkoolwaterstoffen voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen worden geproduceerd, op de markt gebracht en gebruikt, mits aan de voorwaarden inzake registratie en vergunning van dit artikel is voldaan.

2. De Commissie bepaalt zo nodig volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde beheersprocedure voor welke essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen de productie en de invoer van andere gereguleerde stoffen dan chloorfluorkoolwaterstoffen in de Gemeenschap kunnen worden toegestaan, wat de respectieve hoeveelheden zijn, gedurende welke periode de vrijstelling geldt en welke gebruikers voor die essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen in aanmerking komen.

3. Voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen geproduceerde of op de markt gebrachte gereguleerde stoffen mogen alleen voor dat doel worden gebruikt. Met ingang van 1 juli 2010 moet op houders die dergelijke stoffen bevatten, een etiket worden aangebracht met de duidelijke vermelding dat de stof alleen voor analytische en laboratoriumtoepassingen mag worden gebruikt. Indien deze stoffen geëtiketteerd moeten worden overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG, Richtlijn 1999/45/EG of Verordening (EG) nr. 1272/2008, wordt deze vermelding opgenomen op het in die richtlijnen bedoelde etiket dan wel in de aanvullende informatie op het etiket als bedoeld in artikel 25, lid 3, van die verordening.

De Commissie kan vorm en inhoud van het te gebruiken etiket vaststellen. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

In de eerste alinea bedoelde gereguleerde stoffen mogen alleen op de markt worden gebracht en verder worden verdeeld onder de in bijlage V omschreven voorwaarden. De Commissie kan die bijlage wijzigen. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

4. Elke onderneming die andere gereguleerde stoffen dan chloorfluorkoolwaterstoffen voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen gebruikt, dient zich bij de Commissie te laten registreren en daarbij opgave te doen van de gebruikte stoffen, het doel waarvoor ze worden gebruikt, het geraamde jaarlijkse verbruik en de identiteit van de leveranciers van die stoffen, en deze informatie bij te werken wanneer er zich een verandering voordoet.

5. Binnen de termijn die in een kennisgeving van de Commissie wordt gespecificeerd, delen de producenten en importeurs die gereguleerde stoffen leveren aan de in lid 4 bedoelde onderneming of die gereguleerde stoffen voor eigen rekening gebruiken, aan de Commissie de verwachte vraag mee voor de in de kennisgeving gespecificeerde periode, met opgave van de aard en de hoeveelheid van de benodigde gereguleerde stoffen.

6. De Commissie geeft vergunningen af aan de producenten en importeurs van de voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen geproduceerde of geïmporteerde andere gereguleerde stoffen dan chloorfluorkoolwaterstoffen en deelt hun mede voor welke toepassing zij toestemming hebben verkregen, alsmede welke stoffen zij op de markt mogen brengen of voor eigen rekening mogen gebruiken en in welke hoeveelheden. Per jaar bedraagt de hoeveelheid waarvoor aan individuele producenten en importeurs vergunningen worden afgegeven, niet meer dan 130 % van het jaargemiddelde van het berekende niveau van de gereguleerde stoffen waarvoor de producent of importeur vergunning heeft voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen in de jaren 2007 tot en met 2009.

Per jaar bedraagt de totale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt verleend, met inbegrip van de vergunningen voor chloorfluorkoolwaterstoffen uit hoofde van artikel 11, lid 2, niet meer dan 110 ODP ton. Resterende hoeveelheden kunnen worden toegewezen aan de producenten en importeurs die in de jaren 2007 tot en met 2009 geen gereguleerde stoffen voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen op de markt hebben gebracht of voor eigen rekening hebben gebruikt.

De Commissie stelt een mechanisme vast voor het toewijzen van quota aan producenten en importeurs. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

7. Een producent kan van de bevoegde instantie van de lidstaat waarin zijn betrokken productie plaatsvindt, toestemming krijgen om de in lid 1 genoemde gereguleerde stoffen te produceren teneinde te voldoen aan de vraag waarvoor overeenkomstig lid 6 een vergunning is verleend.

De bevoegde instantie van de betrokken lidstaat stelt de Commissie vooraf in kennis van haar voornemen een dergelijke toestemming te verlenen.

8. Voor zover het protocol dit toelaat, kan een producent van de bevoegde instantie van de lidstaat waarin de betrokken productie plaatsvindt, toestemming krijgen om de in lid 6 vastgestelde berekende niveaus van zijn productie te overschrijden teneinde op verzoek van partijen te voorzien in hun behoeften voor essentiële analytische of laboratoriumtoepassingen.

De bevoegde instantie van de betrokken lidstaat stelt de Commissie vooraf in kennis van haar voornemen een dergelijke toestemming te verlenen.