Art. 17 Verordening (EG) nr. 1005/2009, Uitvoer van gereguleerde stoffen en producten en apparaten die gereguleerde stoffen bevatten of nodig hebben
Verordening (EG) nr. 1005/2009
1. Het is verboden gereguleerde stoffen en producten en apparaten, met uitzondering van persoonlijke bezittingen, die dergelijke stoffen bevatten of nodig hebben, uit te voeren.
2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor de uitvoer van:
a) gereguleerde stoffen, bestemd om te voorzien in de in artikel 10 bedoelde essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen;
b) gereguleerde stoffen, bestemd voor gebruik als grondstof;
c) gereguleerde stoffen, bestemd voor gebruik als technische hulpstof;
d) producten en apparaten die gereguleerde stoffen bevatten of nodig hebben, geproduceerd overeenkomstig artikel 10, lid 7, of ingevoerd ingevolge artikel 15, lid 2, onder h) of i);
e) teruggewonnen, gerecycleerde en geregenereerde halonen die voor kritische toepassingen als bedoeld in artikel 13, lid 1, zijn opgeslagen door ondernemingen waaraan de bevoegde instantie van een lidstaat toestemming heeft verleend, en producten en apparaten die halonen bevatten of nodig hebben, bestemd om te voorzien in de behoeften voor kritische toepassingen;
f) nieuw geproduceerde of geregenereerde chloorfluorkoolwaterstoffen voor andere toepassingen dan vernietiging;
g) methylbromide dat wederuitgevoerd wordt voor quarantainedoeleinden of toepassingen voorafgaand aan het vervoer, zulks tot en met 31 december 2014;
h) chloorfluorkoolstof bevattende dosisinhalatoren waarvan het gebruik op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2037/2000 toegestaan is.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de Commissie, op verzoek van een bevoegde instantie van een lidstaat en volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde beheersprocedure, toestemming geven voor de uitvoer van producten en apparaten die chloorfluorkoolwaterstoffen bevatten, indien is aangetoond dat het verbieden van de uitvoer, gezien de economische waarde en de verwachte resterende levensduur van de goederen in kwestie, voor de exporteur een onevenredig zware belasting zou betekenen. Voor die uitvoer is voorafgaande kennisgeving door de Commissie aan het land van invoer vereist.
4. De in de leden 2 en 3 bedoelde uitvoer is aan een vergunning onderworpen, met uitzondering van wederuitvoer volgend op doorvoer door het douanegebied van de Gemeenschap in het kader van de regeling tijdelijke opslag, douane-entrepot of vrije zone als bedoeld in Verordening (EG) nr. 450/2008, op voorwaarde dat de wederuitvoer niet langer dan 45 dagen na de invoer plaatsvindt. Die uitvoervergunning wordt door de Commissie aan ondernemingen afgegeven, nadat is nagegaan of aan artikel 20 is voldaan.