Art. 11 Verordening (EG) nr. 1005/2009, Productie, op de markt brengen en gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffenen op de markt brengen van producten en apparaten die chloorfluorkoolwaterstoffen bevatten of nodig hebben

Verordening (EG) nr. 1005/2009

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 4 mogen chloorfluorkoolwaterstoffen worden geproduceerd op voorwaarde dat elke producent er zorg voor draagt dat:

a) het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 en in elke periode van twaalf maanden daarna tot en met 31 december 2013 niet hoger is dan 35 % van het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in 1997;

b) het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 en in elke periode van twaalf maanden daarna tot en met 31 december 2016 niet hoger is dan 14 % van het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in 1997;

c) het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 en in elke periode van twaalf maanden daarna tot en met 31 december 2019 niet hoger is dan 7 % van het berekende niveau van zijn productie van chloorfluorkoolwaterstoffen in 1997;

d) hij na 31 december 2019 geen chloorfluorkoolwaterstoffen produceert.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 4 en artikel 5, lid 1, mogen chloorfluorkoolwaterstoffen voor analytische en laboratoriumtoepassingen worden geproduceerd, op de markt gebracht en gebruikt.

Artikel 10, leden 3 tot en met 7, is van overeenkomstige toepassing.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 5 mogen tot en met 31 december 2014 geregenereerde chloorfluorkoolwaterstoffen op de markt worden gebracht en gebruikt voor het onderhoud of service van bestaande koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur, mits op de houder een etiket is aangebracht met de vermelding dat de stof is geregenereerd, en met informatie over het partijnummer en de naam en het adres van de regeneratie-installatie.

4. Tot en met 31 december 2014 mogen gerecycleerde chloorfluorkoolwaterstoffen worden gebruikt voor het onderhoud of de service van bestaande koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur, mits zij uit dergelijke apparatuur zijn teruggewonnen en mogen alleen worden gebruikt door de onderneming die de terugwinning als onderdeel van het onderhoud of de service heeft uitgevoerd of heeft doen uitvoeren.

5. In afwijking van het bepaalde in artikel 5 mogen tot en met 31 december 2019 chloorfluorkoolwaterstoffen op de markt worden gebracht voor herverpakking en daaropvolgende uitvoer. Elke onderneming die chloorfluorkoolwaterstoffen herverpakt en vervolgens uitvoert, dient zich bij de Commissie te laten registreren onder vermelding van de betreffende gereguleerde stoffen, de geraamde jaarlijkse vraag en de leveranciers van die stoffen, en deze informatie bij te werken wanneer er zich een verandering voordoet.

6. Wanneer geregenereerde of gerecycleerde chloorfluorkoolwaterstoffen voor het onderhoud of de service van koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur worden gebruikt, moet op de betrokken apparaten een etiket worden aangebracht met de vermelding van het type stof, de in het apparaat aanwezige hoeveelheid en de etiketteringsinformatie zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 voor stoffen of mengsels die als gevaarlijk voor de ozonlaag ingedeeld zijn.

7. Ondernemingen die gebruikmaken van een in lid 4 bedoeld apparaat met een vloeistofinhoud van 3 kg of meer, registreren de hoeveelheid en de aard van de teruggewonnen en toegevoegde stoffen alsmede de onderneming of monteur die het onderhoud of de service heeft uitgevoerd.

Ondernemingen die geregenereerde of gerecycleerde chloorfluorkoolwaterstoffen voor het onderhoud of de service gebruiken, registreren welke ondernemingen de geregenereerde chloorfluorkoolwaterstoffen geleverd hebben en uit welke bron de gerecycleerde chloorfluorkoolwaterstoffen afkomstig zijn.

8. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 5 en 6 kan de Commissie op verzoek van een bevoegde instantie van een lidstaat volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde beheersprocedure een tijdelijke vrijstelling verlenen om het gebruik en het op de markt brengen van chloorfluorkoolwaterstoffen en producten en apparaten die chloorfluorkoolwaterstoffen bevatten of nodig hebben, toe te staan wanneer wordt aangetoond dat voor een specifiek gebruik geen stoffen of technologieën als technisch en economisch haalbaar alternatief beschikbaar zijn of kunnen worden gebruikt.

De uiterste geldigheidstermijn voor deze vrijstellingen is 31 december 2019.