Art. 18 Verordening (EG) nr. 1005/2009, Invoer- en uitvoervergunningen

Verordening (EG) nr. 1005/2009

1. De Commissie zet een elektronisch vergunningensysteem op en beheert dit. Zij neemt binnen dertig dagen na de ontvangst van een vergunningsaanvraag een besluit over de verlening.

2. Aanvragen voor de in de artikelen 15 en 17 bedoelde vergunningen worden ingediend via het in lid 1 bedoelde systeem. Alvorens een vergunningsaanvraag in te dienen, moet een onderneming zich in dat systeem laten registreren.

3. Een aanvraag voor een vergunning bevat de volgende gegevens:

a) naam en adres van de importeur en die van de exporteur;

b) het land van invoer en dat van uitvoer;

c) in het geval van invoer of uitvoer van gereguleerde stoffen, een omschrijving van elke gereguleerde stof met vermelding van:

i) de handelsbenaming,

ii) de omschrijving en de code van de gecombineerde nomenclatuur, zoals opgenomen in bijlage IV,

iii) of de stof nieuw geproduceerd, teruggewonnen, gerecycleerd of geregenereerd is,

iv) de hoeveelheid van de stof, uitgedrukt in kilogram,

v) in het geval van halonen, een verklaring dat zij moeten worden in- of uitgevoerd om te voorzien in een kritische toepassing als bedoeld in artikel 13, lid 1, onder vermelding van de toepassing die het betreft;

d) in het geval van invoer of uitvoer van producten en apparaten die gereguleerde stoffen bevatten of nodig hebben:

i) type en aard van de producten en apparaten,

ii) voor telbare objecten, het aantal eenheden, de beschrijving en de hoeveelheid van elke gereguleerde stof per eenheid, uitgedrukt in metrieke kilogram,

iii) voor niet-telbare objecten, de totale hoeveelheid van het product, de beschrijving en de totale nettohoeveelheid van elke gereguleerde stof, uitgedrukt in metrieke kilogram,

iv) het land/de landen van eindbestemming van de producten en apparaten,

v) of de gereguleerde stof nieuw geproduceerd, gerecycleerd, teruggewonnen, of geregenereerd is,

vi) in het geval van invoer of uitvoer van producten en apparaten die halonen bevatten of nodig hebben, een verklaring dat zij zullen worden ingevoerd of uitgevoerd om te voorzien in een kritische toepassing als bedoeld in artikel 13, lid 1, onder vermelding van de toepassing die het betreft,

vii) in het geval van producten en apparaten die chloorfluorkoolwaterstoffen bevatten of nodig hebben, een verwijzing naar de in artikel 17, lid 3, bedoelde toestemming van de Commissie,

viii) de code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) van het in of uit te voeren product of apparaat;

e) het doel van de voorgenomen invoer, met inbegrip van de beoogde douanebestemming, in voorkomend geval met vermelding van de beoogde douaneregeling;

f) plaats en vermoedelijke datum van de voorgenomen invoer of uitvoer;

g) het douanekantoor waar de goederen zullen worden aangegeven;

h) in het geval van invoer van gereguleerde stoffen of voor vernietiging bestemde producten of apparaten, naam en adres van de installatie waar de vernietiging zal plaatsvinden;

i) alle verdere door de bevoegde instantie van een lidstaat noodzakelijk geachte informatie.

4. Iedere importeur of exporteur stelt de Commissie in kennis van alle wijzigingen die zich ten opzichte van de volgens lid 3 meegedeelde gegevens gedurende de geldigheid van de vergunning voordoen.

5. De Commissie kan een certificaat verlangen waarin de aard of de samenstelling van de in of uit te voeren stoffen wordt vermeld; zij kan tevens een afschrift verlangen van de door het invoerende of uitvoerende land afgegeven vergunning.

6. De Commissie kan de overgelegde gegevens in specifieke gevallen en voor zover nodig ter beschikking stellen van de bevoegde instanties van de betrokken partijen en kan de vergunningsaanvraag afwijzen indien niet aan de desbetreffende verplichtingen van deze verordening is voldaan of op de volgende gronden:

a) in het geval van een invoervergunning, indien op basis van de informatie die door de bevoegde instanties van het betrokken land wordt verstrekt, vast komt te staan dat de exporteur geen onderneming is die gemachtigd is om in dat land de stof in kwestie te verhandelen;

b) in het geval van een uitvoervergunning, indien de bevoegde instanties van het invoerende land de Commissie ervan in kennis hebben gesteld dat de invoer van de gereguleerde stof een geval van illegale handel zou uitmaken, dan wel een negatief effect zou hebben op de tenuitvoerlegging van de beheersingsmaatregelen die het invoerende land toepast om zijn verplichtingen uit hoofde van het protocol na te komen, dan wel zou leiden tot een overschrijding van de kwantitatieve beperkingen voor dat land uit hoofde van het protocol.

7. De Commissie stelt een afschrift van elke vergunning aan de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat beschikbaar.

8. De Commissie stelt de aanvrager en de betrokken lidstaat zo spoedig mogelijk in kennis ingeval een vergunningsaanvraag afgewezen is op grond van lid 6, onder vermelding van de redenen voor de afwijzing.

9. De Commissie kan in de lijst van lid 3 en in bijlage IV wijzigingen aanbrengen. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.