Art. 7 Verordening (EU) nr. 1299/2014, EG-keuringscertificaat

Verordening (EU) nr. 1299/2014

1. Voor subsystemen die interoperabiliteitsonderdelen omvatten waarvoor geen EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik is afgegeven, kan tijdens een overgangsperiode tot en met 31 mei 2021 een EG-keuringsverklaring worden afgegeven, mits aan de eisen van punt 6.5 van de bijlage is voldaan.

2. De productie, verbetering of vernieuwing van subsystemen waarin niet-gecertificeerde interoperabiliteitsonderdelen zijn gebruikt, moet worden voltooid binnen de in lid 1 vastgestelde overgangsperiode, met inbegrip van de inbedrijfstelling.

3. Gedurende de in lid 1 bedoelde overgangsperiode:

a) worden de redenen voor de niet-certificering van interoperabiliteitsonderdelen naar behoren vastgesteld door de aangemelde instantie voordat deze overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 2008/57/EG een EG-keuringsverklaring afgeeft;

b) wordt het gebruik van niet-gecertificeerde interoperabiliteitsonderdelen in het kader van vergunningsprocedures door de nationale veiligheidsinstanties overeenkomstig artikel 16, lid 2, onder c), van Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) vermeld in hun jaarverslagen als bedoeld in artikel 18 van Richtlijn 2004/49/EG.

4. Vanaf 1 januari 2016 vallen nieuw geproduceerde interoperabiliteitsonderdelen onder de EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen