Art. 7 Verordening (EG) nr. 1080/2006, Subsidiabiliteit van de uitgaven

Verordening (EG) nr. 1080/2006

1. De volgende uitgaven komen niet voor steun uit het EFRO in aanmerking:

a) debetrente;

b) de aankoop van grond voor een bedrag van meer dan 10 % van de totale voor steun in aanmerking komende uitgaven van de betrokken concrete actie. In deugdelijk gemotiveerde en uitzonderlijke gevallen kan de beheersautoriteit een hoger percentage toestaan voor concrete acties inzake milieubehoud;

c) de ontmanteling van kerncentrales;

d) terugvorderbare belasting op de toegevoegde waarde (BTW).

2. De uitgaven voor huisvesting komen alleen voor steun in aanmerking voor de lidstaten die op of na 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, en in de volgende omstandigheden:

a) de uitgaven worden geprogrammeerd in het kader van een geïntegreerde actie voor stadsontwikkeling of een prioritair zwaartepunt voor gebieden die te maken hebben met of bedreigd worden door materiële achteruitgang en sociale uitsluiting;

b) de toewijzing voor uitgaven voor huisvesting bedraagt hetzij ten hoogste 3 % van de EFRO-toewijzing aan de betrokken operationele programma's hetzij 2 % van de totale EFRO-toewijzing;

c) de uitgaven zijn beperkt tot:

— meergezinswoningen of

— gebouwen die eigendom zijn van openbare instanties of marktdeelnemers zonder winstoogmerk en die dienen om gezinnen met een laag inkomen of mensen met bijzondere behoeften te huisvesten.

De Commissie stelt de lijst van criteria voor het bepalen van de onder a) bedoelde gebieden en de lijst van subsidiabele interventies vast volgens de procedure van artikel 103, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1083/2006.

3. De subsidiabiliteitsregels die zijn vastgesteld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1081/2006, zijn van toepassing op door het EFRO gecofinancierde acties die binnen de werkingssfeer van artikel 3 van die verordening vallen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen