Art. 11 Verordening (EG) nr. 1080/2006, Ultraperifere gebieden

Verordening (EG) nr. 1080/2006

1. De specifieke extra toewijzing zoals bedoeld in punt 20 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1083/2006, wordt gebruikt ter compensatie van de met de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag omschreven handicaps verband houdende extra kosten in de ultraperifere gebieden bij de ondersteuning van:

a) de in artikel 4 en/of artikel 5 genoemde prioriteiten, indien nodig;

b) goederenvervoersdiensten en starterssteun voor vervoersdiensten;

c) acties die verband houden met opslagbeperkingen, overdimensionering en onderhoud van productiemiddelen, en gebrek aan menselijk kapitaal op de plaatselijke arbeidsmarkt.

2. Binnen de reikwijdte van artikel 3 kunnen met de specifieke extra toewijzing investeringskosten worden gefinancierd. Daarnaast wordt de specifieke extra toewijzing tot een minimum van 50 % gebruikt om de exploitatiesteun en uitgaven voor openbaredienstverplichtingen en overheidsopdrachten voor dienstverlening in de ultraperifere gebieden te helpen financieren.

3. Het bedrag waarvoor het cofinancieringspercentage geldt, is, uitsluitend in het geval van exploitatiesteun en uitgaven voor openbaredienstverplichtingen en overheidsopdrachten voor dienstverlening, evenredig aan de in lid 1 bedoelde extra kosten voor de begunstigde en kan in het geval van investeringsuitgaven de totale in aanmerking komende kosten bestrijken.

4. Financiering uit hoofde van dit artikel mag niet worden gebruikt ter ondersteuning van:

a) acties voor producten van bijlage I bij het Verdrag;

b) steunmaatregelen voor personenvervoer die zijn toegestaan uit hoofde van artikel 87, lid 2, onder a), van het Verdrag;

c) belastingvrijstellingen en vrijstelling van sociale lasten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen