Art. 6 Verordening (EG) nr. 1080/2006, Europese territoriale samenwerking

Verordening (EG) nr. 1080/2006

In het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” richt het EFRO zijn bijstandsverlening op de volgende prioriteiten:

1. ontwikkeling van grensoverschrijdende economische, sociale en ecologische activiteiten via gezamenlijke strategieën voor duurzame territoriale ontwikkeling, en met name door:

a) stimulering van het ondernemerschap, in het bijzonder van de ontwikkeling van het MKB, toerisme, cultuur, en grensoverschrijdende handel;

b) stimulering en verbetering van de gezamenlijke bescherming en het gezamenlijke beheer van natuurlijke en culturele hulpbronnen, evenals de preventie van natuurlijke en technologische risico's;

c) ondersteuning van de banden tussen stedelijke gebieden en plattelandsgebieden;

d) vermindering van isolement via een betere toegang tot vervoers-, informatie- en communicatienetwerken en -diensten, en grensoverschrijdende systemen en voorzieningen op het gebied van water, afval en energie;

e) ontwikkeling van samenwerking, van capaciteiten en van het gezamenlijke gebruik van infrastructuur, in het bijzonder in de sectoren gezondheidszorg, cultuur, toerisme en onderwijs.

Bovendien kan het EFRO bijdragen tot de bevordering van juridische en administratieve samenwerking, de integratie van grensoverschrijdende arbeidsmarkten, lokale werkgelegenheidsinitiatieven, gendergelijkheid en gelijke kansen, opleiding en sociale integratie, en tot het gezamenlijke gebruik van menselijk kapitaal en van OTO-faciliteiten.

Wat betreft het Peace-programma tussen Noord-Ierland en de grensgebieden („border counties”) van Ierland zoals bedoeld in punt 22 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1083/2006, draagt het EFRO, naast de hierboven genoemde acties, bij aan de bevordering van economische en sociale stabiliteit in de betrokken regio, met name door middel van acties ter bevordering van de cohesie tussen de gemeenschappen;

2. totstandbrenging en ontwikkeling van transnationale samenwerking, inclusief de bilaterale samenwerking tussen maritieme regio's die niet onder punt 1 vallen, door de financiering van netwerken en van acties die bijdragen tot geïntegreerde territoriale ontwikkeling, met aandacht voor hoofdzakelijk de volgende prioriteiten:

a) innovatie: opzet en ontwikkeling van wetenschappelijke en technologische netwerken en verbetering van regionale capaciteiten voor OTO en innovatie wanneer deze een rechtstreekse bijdrage leveren tot de evenwichtige economische ontwikkeling van transnationale gebieden. Acties kunnen betrekking hebben op het opzetten van netwerken tussen passende hogeronderwijsinstellingen en onderzoeksinstellingen en het MKB, verbindingen ter verbetering van de toegang tot wetenschappelijke kennis en technologieoverdracht tussen OTO-faciliteiten en internationale kenniscentra op het gebied van OTO, twinning tussen instellingen voor technologieoverdracht en ontwikkeling van gezamenlijke financiële engineeringsinstrumenten die gericht zijn op ondersteuning van OTO in het MKB;

b) milieu: activiteiten op het gebied van waterbeheer, energie-efficiëntie, risicopreventie en milieubescherming met een duidelijke transnationale dimensie. Acties kunnen betrekking hebben op bescherming en beheer van stroomgebieden, kustgebieden, rijkdommen van de zee, watervoorzieningen en wetlands, brand-, droogte- en overstromingspreventie, bevordering van de maritieme veiligheid en bescherming tegen natuurlijke en technologische risico's, alsmede bescherming en verbetering van het natuurlijke erfgoed ter ondersteuning van sociaal-economische ontwikkeling en duurzaam toerisme;

c) toegankelijkheid: activiteiten ter verbetering van de toegang tot en de kwaliteit van vervoers- en telecommunicatiediensten met een duidelijke transnationale dimensie. Acties kunnen betrekking hebben op investeringen in grensoverschrijdende secties van de trans-Europese netwerken, verbetering van de lokale en regionale toegang tot nationale en transnationale netwerkenm, vergroting van de interoperabiliteit van nationale en regionale systemen en bevordering van geavanceerde informatie- en communicatietechnologieën;

d) duurzame stedelijke ontwikkeling: versterking van de polycentrische ontwikkeling op transnationaal, nationaal en regionaal niveau, met een duidelijk transnationaal effect. Acties kunnen betrekking hebben op het opzetten en verbeteren van stedelijke netwerken en verbanden tussen de stad en het platteland, strategieën om gemeenschappelijke stedelijke/plattelandsproblemen aan te pakken, behoud en bevordering van het cultureel erfgoed, alsmede strategische integratie van ontwikkelingszones op een transnationale basis.

De bijstandsverlening voor bilaterale samenwerking tussen maritieme regio's kan worden uitgebreid tot de prioriteiten bedoeld in punt 1;

3. versterking van de doeltreffendheid van het regionale beleid door stimulering van:

a) interregionale samenwerking die gericht is op innovatie en de kenniseconomie en milieu en risicopreventie in de zin van artikel 5, punten 1 en 2;

b) de uitwisseling van ervaringen betreffende de vaststelling, de overdracht en de verspreiding van beste praktijken, onder meer inzake duurzame stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 8, en

c) acties in verband met onderzoek, gegevensvergaring alsmede observatie en analyse van de ontwikkelingstendensen in de Gemeenschap.

Vorige artikelen

Volgende artikelen