Art. 12 Verordening (EG) nr. 1080/2006, Inhoud

Verordening (EG) nr. 1080/2006

Elk operationeel programma in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” bevat de volgende gegevens:

1. een analyse van de situatie in het samenwerkingsgebied wat de sterke en de zwakke punten betreft en de strategie die op basis daarvan is gekozen;

2. een lijst van de in aanmerking komende gebieden in het programmagebied, met inbegrip van, wat programma's voor grensoverschrijdende samenwerking betreft, de flexibiliteitsgebieden bedoeld in artikel 21, lid 1;

3. de motivering van de prioriteiten die worden gesteld op basis van de communautaire strategische richtsnoeren over cohesie, het nationale strategische referentiekader wanneer de lidstaat heeft besloten om hierin uit hoofde van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” gefinancierde acties op te nemen, en de resultaten van de evaluatie vooraf zoals bedoeld in artikel 48, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1083/2006;

4. gegevens over de prioritaire zwaartepunten en de bijbehorende specifieke doelen. Deze specifieke doelen worden gekwantificeerd aan de hand van een beperkt aantal prestatie- en resultaatindicatoren, waarbij rekening wordt gehouden met het evenredigheidsbeginsel. De indicatoren maken het mogelijk om de vorderingen ten opzichte van de uitgangssituatie, alsmede het verwezenlijken van de doelstellingen van het prioritaire zwaartepunt te meten;

5. alleen ter informatie, een indicatieve uitsplitsing per categorie van het geprogrammeerde gebruik van de bijdrage uit het EFRO aan het operationele programma overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen die de Commissie volgens de in artikel 103, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 bedoelde procedure heeft aangenomen;

6. één enkel financieringsplan, zonder onderverdeling naar lidstaat, met twee tabellen:

a) een eerste tabel waarin het voor de bijdrage uit het EFRO beoogde bedrag van het totale financiële krediet overeenkomstig de artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 per jaar wordt uitgesplitst. De per jaar geplande bijdrage uit het EFRO moet verenigbaar zijn met het toepasselijke financiële kader;

b) een tweede tabel waarin voor de hele programmeringsperiode, voor het operationele programma en voor elk prioritair zwaartepunt het bedrag van het totale financiële krediet van de Gemeenschapsbijdrage en van de corresponderende nationale kredieten wordt aangegeven, alsmede het percentage dat uit het EFRO wordt bijgedragen. Wanneer overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 de nationale bijdrage bestaat uit particuliere en overheidsuitgaven, wordt in de tabel de indicatieve uitsplitsing tussen de particuliere en de overheidsuitgaven vermeld. Wanneer overeenkomstig dat artikel de nationale bijdrage bestaat uit overheidsuitgaven, wordt in de tabel het bedrag van de nationale overheidsbijdrage vermeld;

7. indien van toepassing, informatie over complementariteit met maatregelen die door het ELFPO, respectievelijk het EVF, worden gefinancierd;

8. de regelingen voor de uitvoering van het operationele programma, waaronder:

a) aanwijzing door de lidstaten van alle in artikel 14 genoemde autoriteiten;

b) een beschrijving van de toezicht- en evaluatiesystemen;

c) inlichtingen over de instantie die bevoegd is voor het ontvangen van de door de Commissie verrichte betalingen, en over één of meer instanties die verantwoordelijk zijn voor het verrichten van de betalingen aan de begunstigden;

d) een omschrijving van de procedures voor de beschikbaarstelling en de overmaking van de financiële middelen, om de doorzichtigheid van deze geldstromen te verzekeren;

e) de elementen die tot doel hebben te zorgen voor de openbaarheid en de informatie over het operationele programma zoals bedoeld in artikel 69 van Verordening (EG) nr. 1083/2006;

f) een beschrijving van de tussen de Commissie en de lidstaten overeengekomen procedures voor de uitwisseling van computergegevens om te kunnen voldoen aan de in Verordening (EG) nr. 1083/2006 gestelde eisen met betrekking tot de betaling, het toezicht en de evaluatie;

9. een indicatieve lijst van de grote projecten in de zin van artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 die, naar verwacht wordt, in de programmeringsperiode ter goedkeuring bij de Commissie zullen worden ingediend.

Vorige artikelen

Volgende artikelen