Art. 5 Verordening (EG) nr. 1080/2006, Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid
Verordening (EG) nr. 1080/2006
In het kader van de doelstelling „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid” concentreert het EFRO zijn bijstandsverlening, terwijl het de werkgelegenheid bevordert, in de context van strategieën voor duurzame ontwikkeling in hoofdzaak op de volgende drie prioriteiten:
1. innovatie en de kenniseconomie, mede door de oprichting en de versterking van efficiënte regionale innovatie-economieën, systemische betrekkingen tussen de particuliere en de openbare sector, universiteiten en technologiecentra die rekening houden met lokale behoeften, en met name:
a) vergroting van de regionale OTO- en innovatiecapaciteiten die rechtstreeks verband houden met de doelstellingen voor regionale economische ontwikkeling, door ondersteuning van industrie- of technologiespecifieke expertisecentra, bevordering van industriële OTO, van het MKB en van technologieoverdracht, ontwikkeling van technologische prognose en internationale benchmarking van beleidsmaatregelen ter bevordering van innovatie, en door ondersteuning van samenwerking tussen bedrijven en van gezamenlijke beleidsmaatregelen op het gebied van OTO en innovatie;
b) stimulering van innovatie en ondernemerschap in alle sectoren van de regionale en lokale economie, door het op de markt brengen van nieuwe of verbeterde producten, processen en diensten door het MKB te steunen, bedrijvennetwerken en clusters van bedrijven te steunen, de toegang van het MKB tot financiering te verbeteren, door samenwerkingsnetwerken tussen bedrijven en passende hogeronderwijsinstellingen en onderzoeksinstellingen te bevorderen, de toegang van het MKB tot bedrijfsondersteunende diensten te vergemakkelijken en de invoering van schonere en innovatieve technologie in het MKB te steunen;
c) bevordering van het ondernemerschap, met name door vergemakkelijking van de economische exploitatie van nieuwe ideeën en door aanmoediging van het creëren van nieuwe bedrijven door passende hogeronderwijsinstellingen en onderzoeksinstellingen, evenals bestaande bedrijven;
d) creatie van financiële engineeringsinstrumenten en incubatiecentra die bijdragen tot de OTO-capaciteit van het MKB en tot aanmoediging van het ondernemerschap en de oprichting van nieuwe bedrijven, met name kennisintensieve MKB-bedrijven;
2. milieu en risicopreventie, en in het bijzonder:
a) stimulering van investeringen voor het herstel van de fysieke omgeving, waaronder verontreinigde of door woestijnvorming getroffen terreinen en gronden en gebouwen en terreinen van oude industriecomplexen;
b) bevordering van de ontwikkeling van infrastructuur in verband met de biodiversiteit en investeringen in Natura 2000-gebieden, wanneer dit bijdraagt tot duurzame economische ontwikkeling en/of tot diversificatie van plattelandsgebieden;
c) stimulering van de energie-efficiëntie en van de productie van hernieuwbare energie en de ontwikkeling van doeltreffende energiebeheerssystemen;
d) bevordering van schoon en duurzaam openbaar vervoer, met name in stedelijke gebieden;
e) ontwikkeling van plannen en maatregelen om natuurlijke (bijv. woestijnvorming, droogtes, branden en overstromingen) en technologische risico's te voorkomen of op te vangen;
f) bescherming en opwaardering van het natuurlijke en culturele erfgoed ter ondersteuning van de sociaal-economische ontwikkeling en bevordering van de natuurlijke en culturele rijkdom als potentieel voor de ontwikkeling van duurzaam toerisme;
3. toegang tot vervoers- en telecommunicatiediensten van algemeen economisch belang, en in het bijzonder:
a) versterking van secundaire vervoersnetwerken door de verbindingen met TEN-vervoersnetwerken, regionale spoorwegknooppunten, luchthavens en havens of multimodale centra te verbeteren, door dwarsverbindingen met belangrijke spoorlijnen te realiseren en door de regionale en plaatselijke binnenvaart en de korte vaart te stimuleren;
b) bevordering van de toegang van het MKB tot ICT en de invoering van en het efficiënte gebruik van ICT in het MKB, door de toegang tot netwerken, de installatie van openbare internettoegangen, het ter beschikking stellen van apparatuur en het ontwikkelen van diensten en toepassingen te steunen, inclusief met name de ontwikkeling van actieplannen ten behoeve van zeer kleine en ambachtelijke bedrijven.
Voor door het EFRO ondersteunde operationele programma's in de regio's die in aanmerking komen voor de specifieke overgangsfinanciering bedoeld in artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1083/2006, kunnen de lidstaten en de Commissie beslissen om de steun uit te breiden tot de prioriteiten bedoeld in artikel 4 van deze verordening.