Art. 3 Verordening (EG) nr. 1080/2006, Reikwijdte van de bijstandsverlening
Verordening (EG) nr. 1080/2006
1. Het EFRO concentreert zijn bijstandsverlening op thematische prioriteiten. Het soort en de omvang van de acties die binnen elke prioriteit moeten worden gefinancierd, weerspiegelen de verschillen tussen de doelstellingen „Convergentie”, „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid” en „Europese territoriale samenwerking” zoals omschreven in de artikelen 4, 5 en 6.
2. Het EFRO draagt bij in de financiering van:
a) productieve investeringen die bijdragen tot de ontwikkeling en het behoud van duurzame werkgelegenheid, hoofdzakelijk via directe steun aan investeringen in voornamelijk het midden- en kleinbedrijf (MKB);
b) infrastructuurinvesteringen;
c) ontwikkeling van het eigen potentieel door maatregelen die de regionale en lokale ontwikkeling steunen. Deze maatregelen omvatten steun voor en diensten aan bedrijven, met name het MKB, opzet en ontwikkeling van financieringsinstrumenten als risicokapitaal, lenings- en garantiefondsen en fondsen voor plaatselijke ontwikkeling, rentesubsidies, netwerken, samenwerking en uitwisseling van ervaringen tussen regio's, steden en betrokken sociale, economische en ecologische actoren;
d) technische bijstand zoals bedoeld in de artikelen 45 en 46 van Verordening (EG) nr. 1083/2006.
De hierboven onder a) tot en met d) genoemde investeringen en maatregelen dienen ter uitvoering van de thematische prioriteiten overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 6.