Art. 4 Verordening (EG) nr. 1080/2006, Convergentie

Verordening (EG) nr. 1080/2006

In het kader van de convergentiedoelstelling concentreert het EFRO zijn bijstandsverlening op de ondersteuning van duurzame geïntegreerde regionale en lokale economische ontwikkeling en werkgelegenheid door eigen capaciteiten in te zetten en te versterken met behulp van operationele programma's die zijn gericht op de modernisering en diversificatie van economische structuren en het scheppen en het in stand houden van duurzame werkgelegenheid. Dit moet voornamelijk worden bereikt via de volgende prioriteiten, waarbij de juiste beleidsmix afhangt van de specifieke kenmerken van iedere lidstaat:

1. onderzoek en technologische ontwikkeling (OTO), innovatie en ondernemerschap; inclusief versterking van de capaciteiten voor onderzoek en technologische ontwikkeling en hun integratie in de Europese onderzoeksruimte, met inbegrip van de infrastructuur; steun voor OTO met name in het MKB en voor technologieoverdracht; verbetering van de banden tussen het MKB enerzijds en het hoger onderwijs, onderzoeksinstellingen en centra voor onderzoek en technologie anderzijds; ontwikkeling van bedrijvennetwerken; publiek-private partnerschappen en clusters; steun voor het ter beschikking stellen van bedrijfs- en technologiediensten aan groepen MKB-bedrijven; stimulering van ondernemerschap en innovatiefinanciering voor het MKB met behulp van financiële engineeringsinstrumenten;

2. informatiemaatschappij, inclusief ontwikkeling van elektronische-communicatie-infrastructuur, lokale inhoud, diensten en toepassingen, verbetering van de veilige toegang tot en de ontwikkeling van onlineoverheidsdiensten; steun en diensten ten behoeve van het MKB met het oog op de invoering van een doeltreffend gebruik van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) of het uitwerken van nieuwe ideeën;

3. initiatieven inzake lokale werkgelegenheid en steun voor de structuur voor lokale dienstverlening met het oog op het scheppen van nieuwe banen, wanneer dergelijke acties buiten de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 1081/2006 vallen;

4. milieu, inclusief investeringen die verband houden met watervoorziening en water- en afvalbeheer; behandeling van afvalwater en luchtkwaliteit; voorkoming, controle en beheersing van woestijnvorming; geïntegreerde verontreinigingspreventie en -bestrijding; steun ter verlichting van de effecten van klimaatverandering; herstel van de fysieke omgeving, waaronder de sanering van verontreinigde terreinen en gronden en de herinrichting van oude industrieterreinen; bevordering van de biodiversiteit en van natuurbescherming, waaronder investeringen in Natura 2000-gebieden; steun aan het MKB ter bevordering van duurzame productiepatronen via de invoering van kostenefficiënte systemen voor milieubeheer, en ontwikkeling en toepassing van technologie voor verontreinigingspreventie;

5. risicopreventie, inclusief ontwikkeling en uitvoering van plannen om natuurlijke en technologische risico's te voorkomen of op te vangen;

6. toerisme, inclusief bevordering van de natuurlijke rijkdom als potentieel voor de ontwikkeling van duurzaam toerisme; bescherming en opwaardering van natuurlijk erfgoed ter ondersteuning van de sociaal-economische ontwikkeling; steun ter verbetering van de toeristische dienstverlening via nieuwe diensten met een hogere meerwaarde en ter aanmoediging van nieuwe, duurzamere vormen van toerisme;

7. investeringen in cultuur, inclusief bescherming, bevordering en behoud van het culturele erfgoed; ontwikkeling van culturele infrastructuur ter ondersteuning van de sociaal-economische ontwikkeling, duurzaam toerisme en verbeterde regionale aantrekkingskracht, en steun ter verbetering van de culturele dienstverlening via nieuwe diensten met een grotere meerwaarde;

8. vervoersinvesteringen, inclusief verbetering van trans-Europese netwerken en verbindingen met het TEN-V-netwerk; geïntegreerde stadsstrategieën voor schoon vervoer die bijdragen tot een verbetering van de toegankelijkheid en de kwaliteit van diensten voor passagiers- en goederenvervoer, zulks met de bedoeling om een evenwichtiger verdeling over de verschillende vervoerswijzen tot stand te brengen, intermodale systemen te bevorderen en milieueffecten te reduceren;

9. energie-investeringen, inclusief in de verbetering van trans-Europese netwerken die bijdragen tot een verbetering van de continuïteit van de voorziening, het integreren van milieuoverwegingen, verhoging van de energie-efficiëntie en ontwikkeling van hernieuwbare energie;

10. onderwijsinvesteringen, inclusief in beroepsopleiding, die bijdragen tot een vergroting van de aantrekkingskracht en de kwaliteit van het leven;

11. investeringen in gezondheids- en sociale infrastructuur die bijdragen tot regionale en lokale ontwikkeling en verhoging van de levenskwaliteit.

Vorige artikelen

Volgende artikelen