Art. 6
1. De lidstaten kunnen een verzoek om toegang en verblijf van gezinsleden afwijzen om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid.
2. De lidstaten kunnen een verblijfstitel van een gezinslid intrekken of verlenging ervan weigeren om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid.
De lidstaat neemt bij zijn besluitvorming naast artikel 17 ook de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk van het gezinslid op de openbare orde of de openbare veiligheid in overweging, of het risico dat van die persoon uitgaat.
3. Het loutere feit dat ziekten of gebreken na afgifte van de verblijfstitel ontstaan, mag geen grond zijn voor weigering van verlenging van de verblijfstitel of voor verwijdering van het grondgebied door de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1738
- ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1739
- ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1737
- ABRvS 23 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1695
- Rb. Den Haag 6 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13929
- Rb. Den Haag 7 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:7182
- Rb. Den Haag 14 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15657
- Rb. Den Haag 4 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6060
- Rb. Den Haag 3 mei 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:4649
- Rb. Den Haag 27 november 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14649
- Rb. Den Haag 20 maart 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7059
- Rb. Den Haag 25 april 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:19688