Rb. Den Haag 20 maart 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7059
Voor het oordeel of de bedreiging van de openbare orde ernstig is in de zin van artikel 66a, vierde lid van de Vw 2000 is het tijdsverloop sinds het plegen van de strafbare feiten niet van belang. Zowel in artikel 27 van de Verblijfsrichtlijn als in artikel 12 van de Langdurig ingezetenenrichtlijn de termen “ernstig” en “actueel” naast elkaar vermeld. Indien een bedreiging van de openbare orde alleen ernstig kan zijn indien deze actueel is, heeft het gebruik van beide termen in deze artikelen geen betekenis. Het tijdsverloop sinds de veroordeling is op zichzelf wel een relevante omstandigheid als bedoeld in artikel 11 van de Terugkeerrichtlijn. Verweerder heeft deze omstandigheid ten onrechte alleen in het kader van de toets aan artikel 8 van het EVRM betrokken. De belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM bij verblijfsaanvaarding is een andere dan die bij het opleggen van een inreisverbod.
De uitspraak op rechtspraak.nl