ABRvS 23 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1695
Vreemdeling 1 is op 8 juni 2011, terwijl hij op doorreis was naar Canada, op de luchthaven Schiphol aangehouden, omdat hij met een vals reisdocument reisde. Bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 21 juni 2011 is hij veroordeeld tot een vrijheidsstraf van twee maanden voor het in bezit hebben van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is als bedoeld in artikel 231, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Na afloop van deze vrijheidsstraf is vreemdeling 1 op 5 augustus 2011 krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 aansluitend in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 14 december 2011 is de aan vreemdeling 1 opgelegde maatregel van bewaring opgeheven, omdat hij werd uitgezet. Vreemdeling 2 is op 16 januari 2011 met een visum voor kort verblijf met een geldigheidsduur van 21 dagen Nederland ingereisd. Op 23 november 2011 is vreemdeling 2 aangehoud`-en ter zake van artikel 300, eerste lid, en 304, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht op verdenking van het in de huiselijke sfeer mishandelen van een vrouw. Op 24 november 2011 is vreemdeling 2 krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in bewaring gesteld. Op 23 februari 2012 is de aan vreemdeling 2 opgelegde maatregel van bewaring opgeheven, omdat hij werd uitgezet.
De uitspraak op rechtspraak.nl