Rb. Den Haag 4 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6060
Afgeleide verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd (nareis asiel), intrekking, openbare orde, glijdende schaal, Gezinsherenigingsrichtlijn, unierechtelijke openbare-orde-criterium, arrest G.S. Het HvJ EU heeft in het arrest van 12 december 2019 (G.S., ECLI:EU:C:2019:1072) geoordeeld dat artikel 6, tweede lid, Gezinsherenigingsrichtlijn betrekking heeft op een norm die minder veeleisend is dan het unierechtelijke openbare-orde-criterium. Verder volgt uit dat arrest dat de bevoegde autoriteiten alleen kunnen vaststellen dat een onderdaan van een derde land een bedreiging van de openbare orde vormt op basis van de loutere omstandigheid dat die onderdaan voor een strafbaar feit is veroordeeld, indien dit feit zo ernstig of van dien aard is dat het noodzakelijk is het verblijf van deze onderdaan op het grondgebied van de betrokken lidstaat uit te sluiten. Een en ander betekent dat bij een intrekking van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd nareis de staatssecretaris niet hoeft aan te tonen dat de desbetreffende vreemdeling voldoet aan het unierechtelijke openbare-orde-criterium en dat de staatssecretaris in beginsel de glijdende schaal kan toepassen. Artikel 8 van het EVRM, privéleven, inmenging, belangenafweging, motivering. Volgens de rechtbank heeft de staatssecretaris niet deugdelijk gemotiveerd dat de door hem gemaakte afweging heeft geresulteerd in een "fair balance" tussen enerzijds het belang van eiser bij privéleven hier te lande en anderzijds het belang van de bescherming van de openbare orde. In de door de rechtbank genoemde omstandigheden heeft de staatssecretaris eiser niet kunnen tegenwerpen dat hij onvoldoende heeft laten zien dat zijn gedrag sinds het misdrijf van 10 april 2016 (straatroof) in positieve zin is veranderd. Eiser heeft veeleer aannemelijk gemaakt dat hij ondanks zijn posttraumatische stressstoornis en zwakbegaafdheid heeft ingezien dat hij hulp nodig had, dat hij hulp heeft ingeschakeld, en dat hij mede daardoor een positieve gedragsverandering heeft kunnen bewerkstelligen. In dat licht heeft de staatssecretaris aan de vernieling die eiser op 25 augustus 2018 heeft gepleegd niet de consequentie kunnen verbinden dat eiser nog steeds een gevaar is voor de openbare orde, temeer nu eiser hiervoor slechts is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week. Verder staat vast dat eiser op zijn dertiende naar Nederland is gekomen en dat hij ten tijde van het bestreden besluit zo’n achtenhalf jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning. Verder is niet in geschil dat eiser heeft gebroken met vrienden die een slechte invloed op hem hebben en dat hij nauwe banden heeft met zijn in Nederland verblijvende moeder en zussen die hem steunen bij het maken van de juiste beslissingen. De staatssecretaris heeft gelet op alle omstandigheden, mede in onderlinge samenhang bezien, niet kunnen concluderen dat de belangen van eiser om in Nederland het recht op privéleven uit te oefenen niet doorslaggevend zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl