Art. 27 Verordening (EG) nr. 2371/2002, Evaluatie en controle door de Commissie

Verordening (EG) nr. 2371/2002

1. Met het oog op de evaluatie en controle van de toepassing van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid door de lidstaten kan de Commissie uit eigen beweging en met haar eigen middelen het initiatief nemen tot en uitvoering geven aan audits, onderzoekingen, verificaties en inspecties met betrekking tot de toepassing van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid door de lidstaten. Door haar kunnen met name worden geverifieerd:

a) de uitvoering en de toepassing van die regels door de lidstaten en hun bevoegde autoriteiten;

b) de overeenstemming van de nationale bestuurlijke praktijken en inspectie- en bewakingsactiviteiten met de regels;

c) het bestaan van de vereiste documenten en de overeenstemming daarvan met de toepasselijke regels;

d) de omstandigheden waaronder de controle- en handhavingsactiviteiten door de lidstaten worden uitgevoerd.

Voor deze doeleinden kan de Commissie inspecties uitvoeren op vissersvaartuigen en in de gebouwen en op de terreinen van bedrijven en andere partijen die met het gemeenschappelijk visserijbeleid verband houdende activiteiten ontplooien, en heeft zij toegang tot alle voor de uitoefening van haar bevoegdheid benodigde informatie en documenten. De inspecties die de Commissie uit eigen beweging en zonder de medewerking van inspecteurs van de betrokken lidstaat uitvoert, vinden alleen plaats op vaartuigen en plaatsen van eerste aanlanding of eerste verkoop, en beperken zich tot gebieden of bestanden waarvoor een specifiek toezichtsprogramma bestaat uit hoofde van artikel 34 quater van Verordening (EEG) nr. 2847/93.

De inspecteurs van de Commissie leggen een schriftelijke bevoegdheidsverklaring voor waarin hun identiteit en hun hoedanigheid zijn aangegeven. De inspecteurs van de Commissie hebben geen hogere bevoegdheden dan de nationale inspecteurs en zij hebben geen politie- en handhavingsbevoegdheid. Een inspectie door de Commissie zonder de medewerking van inspecteurs van de betrokken lidstaat kan niet plaatsvinden als de te inspecteren partij bezwaar maakt.

De lidstaten verlenen de Commissie de bijstand die zij nodig heeft om die taken te vervullen.

2. De inspectieverslagen worden ter beschikking van de betrokken lidstaten gesteld.

De Commissie biedt de betrokken lidstaat de gelegenheid om opmerkingen te maken bij de bevindingen in het verslag. Het moet voldoen aan de communautaire voorschriften voor de bescherming van persoonsgegevens.

Wanneer de Commissie op eigen initiatief en zonder begeleiding van nationale inspecteurs van de betrokken lidstaat een inspectie uitvoert, brengt zij de lidstaat daarvan binnen één dag na afloop van de inspectie op de hoogte en stelt zij binnen een maand een verslag over de bevindingen ter beschikking.

De lidstaten zijn niet verplicht om op basis van de bevindingen van de bovengenoemde verslagen tegen personen op te treden.

3. Nadere regels voor de toepassing van dit artikel kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure.

4. Om de drie jaar stelt de Commissie ten behoeve van het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag op over de acties overeenkomstig lid 1 en over de toepassing van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid door de lidstaten. Elk jaar wordt de lidstaten meegedeeld hoeveel inspecties de Commissie uit hoofde van lid 1 in elke lidstaat heeft uitgevoerd, uitgesplitst naar soort inspectie.