Art. 24 Verordening (EG) nr. 2371/2002, Inspectie en handhaving

Verordening (EG) nr. 2371/2002

De lidstaten nemen de nodige inspectie- en handhavingsmaatregelen om op hun grondgebied of in de wateren onder hun soevereiniteit of jurisdictie de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid te verzekeren. Zij nemen ook handhavingsmaatregelen met betrekking tot de visserijactiviteiten buiten de communautaire wateren van de communautaire vissersvaartuigen die hun vlag voeren, en van hun onderdanen.

Deze maatregelen omvatten:

a) steekproefcontroles en inspecties van vissersvaartuigen en van de gebouwen en terreinen van bedrijven en andere partijen die met het gemeenschappelijk visserijbeleid verband houdende activiteiten ontplooien;

b) visuele waarnemingen van vissersvaartuigen;

c) onderzoek betreffende en rechtsvervolging van inbreuken en sancties overeenkomstig artikel 25;

d) preventieve maatregelen overeenkomstig artikel 25, lid 5;

e) maatregelen teneinde te voorkomen dat hun onderdanen betrokken zijn bij visserijactiviteiten die in strijd zijn met de toepasselijke instandhoudings- en beheersmaatregelen, onverminderd de primaire verantwoordelijkheid van de vlaggenstaat.

De genomen maatregelen worden naar behoren gedocumenteerd. Zij moeten doeltreffend, afschrikkend en evenredig zijn.

Nadere bepalingen, met inbegrip van benchmarks, voor de uitvoering van dit artikel kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 3, bedoelde procedure.