Art. 26 Verordening (EG) nr. 2371/2002, Verantwoordelijkheden van de Commissie
Verordening (EG) nr. 2371/2002
1. Onverminderd de verantwoordelijkheden van de Commissie op grond van het Verdrag, evalueert en controleert de Commissie de toepassing van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid door de lidstaten en vergemakkelijkt zij de coördinatie en de samenwerking tussen de lidstaten.
2. Indien er aanwijzingen zijn dat niet wordt voldaan aan de regels inzake instandhouding, controle, inspectie of handhaving in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid en dat dit de instandhouding van de levende aquatische hulpbronnen ernstig in gevaar kan brengen of de doeltreffende werking van het communautaire controle- en handhavingssysteem in het gedrang kan brengen, als gevolg waarvan onmiddellijke actie nodig is, brengt de Commissie de betrokken lidstaat schriftelijk van haar bevindingen op de hoogte en geeft zij hem ten minste vijftien werkdagen de tijd om aan te tonen dat de regels worden nageleefd, en zijn opmerkingen kenbaar te maken. De Commissie houdt bij elke maatregel die zij uit hoofde van lid 3 neemt rekening met de opmerkingen van de lidstaten.
3. Indien er aanwijzingen zijn dat visserijactiviteiten in een bepaald geografisch gebied de instandhouding van de levende aquatische hulpbronnen ernstig in gevaar dreigen te brengen, kan de Commissie preventieve maatregelen nemen.
Die maatregelen moeten in verhouding staan tot het ernstige gevaar voor de instandhouding van de levende aquatische hulpbronnen.
Zij mogen niet langer dan drie weken duren. Zij kunnen, voorzover nodig voor de instandhouding van de levende aquatische hulpbronnen, bij een volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure genomen besluit worden verlengd tot maximaal zes maanden.
De maatregelen zullen onmiddellijk worden opgeheven wanneer de Commissie van oordeel is dat er geen gevaar meer is.
4. Wanneer het quotum van een lidstaat, de toewijzing aan een lidstaat of het voor een lidstaat beschikbare deel wordt geacht te zijn opgebruikt, kan de Commissie op basis van de beschikbare informatie de visserijactiviteiten onmiddellijk doen stopzetten.
5. Onverminderd artikel 23, lid 2, controleert de Commissie de visserijactiviteiten in communautaire wateren van vissersvaartuigen die de vlag van een derde land voeren wanneer zulks bij communautaire regelgeving is voorgeschreven. Hiertoe werken de Commissie en de betrokken lidstaten samen en coördineren zij hun acties.
6. Nadere regels voor de toepassing van dit artikel kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure.