Art. 22 Verordening (EG) nr. 2371/2002, Voorwaarden voor de toegang tot wateren en hulpbronnen en voor de afzet van visserijproducten
Verordening (EG) nr. 2371/2002
1. Activiteiten binnen het toepassingsgebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn verboden, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) een vissersvaartuig heeft zijn vergunning en, in voorkomend geval, zijn machtigingen tot vissen aan boord;
b) een vissersvaartuig beschikt over een aan boord geïnstalleerd functionerend systeem waarmee het door middel van systemen voor toezicht op afstand kan worden opgespoord en geïdentificeerd. Deze voorwaarde geldt voor vaartuigen van meer dan 18 meter lengte over alles vanaf 1 januari 2004 en voor vaartuigen van meer dan 15 meter over alles vanaf 1 januari 2005;
c) informatie over de visserijactiviteiten, met inbegrip van aanlandingen en overladingen, wordt door de kapitein onverwijld vastgelegd en gemeld. Kopieën van de vastgelegde informatie worden ter beschikking van de autoriteiten gesteld. De Raad zal in 2004 een besluit nemen over de verplichting om die informatie elektronisch door te geven. De lidstaten zullen in samenwerking met de Commissie voor 1 juni 2004 proefprojecten uitvoeren ter beoordeling van de te gebruiken technologie;
d) de kapitein laat inspecteurs aan boord toe en werkt met hen samen; indien een waarnemersregeling van toepassing is, laat de kapitein ook waarnemers aan boord toe en werkt hij met hen samen;
e) de kapitein neemt de voorwaarden en beperkingen met betrekking tot aanlandingen, overladingen, gezamenlijke beoefening van de visserij, vistuig, netten en het merken en identificeren van vaartuigen in acht.
2. Visserijproducten mogen slechts worden afgezet als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) visserijproducten mogen vanaf een vaartuig uitsluitend worden verkocht aan geregistreerde kopers of in geregistreerde afslagen;
b) de koper van visserijproducten van een vaartuig bij de eerste verkoop moet geregistreerd zijn bij de autoriteiten;
c) de koper van visserijproducten bij de eerste verkoop legt facturen of verkoopdocumenten over aan de autoriteiten, tenzij de verkoop plaatsvindt in een geregistreerde afslag die zelf verplicht is facturen of verkoopdocumenten aan de autoriteiten over te leggen;
d) alle in de Gemeenschap aangelande of ingevoerde visserijproducten waarvoor geen facturen en ook geen verkoopdocumenten aan de autoriteiten zijn overgelegd en die worden vervoerd naar een andere plaats dan die waar zij zijn aangeland of ingevoerd, gaan vergezeld van een door de vervoerder opgesteld document totdat de eerste verkoop heeft plaatsgevonden;
e) de personen die verantwoordelijk zijn voor de gebouwen en terreinen of de transportvoertuigen, verlenen toegang aan inspecteurs en werken met hen samen;
f) indien voor een bepaalde soort een minimummaat is vastgesteld, moeten de voor de verkoop, de opslag of het vervoer verantwoordelijke ondernemingen de geografische oorsprong van de producten kunnen bewijzen.
Een koper die producten koopt die nadien niet op de markt worden gebracht maar enkel voor particulier verbruik worden gebruikt, is vrijgesteld van de in dit lid bedoelde verplichtingen.
3. Voor de uitvoering van de leden 1 en 2 kunnen nadere regels worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30, lid 2.
Deze regels kunnen met name betrekking hebben op verplichtingen inzake documentering, vastlegging, verslaglegging en informatieverstrekking van lidstaten, kapiteins, en alle andere rechtspersonen en natuurlijke personen die binnen het toepassingsgebied van artikel 1 vallende activiteiten ontplooien.
De regels kunnen ook in uitzonderingen op de in de leden 1 en 2 bedoelde verplichtingen voorzien mits die uitzonderingen kunnen worden gerechtvaardigd op grond van het te verwaarlozen effect op levende aquatische hulpbronnen of op grond van de onevenredige last die de verplichtingen zouden veroorzaken in vergelijking met het economische belang van de activiteit.