Art. 17 Verordening (EG) nr. 2371/2002, Algemene regels
Verordening (EG) nr. 2371/2002
1. Behoudens de in het kader van hoofdstuk II vastgestelde maatregelen hebben communautaire vissersvaartuigen gelijke toegang tot de wateren en bestanden in alle andere communautaire wateren dan die welke in lid 2 worden bedoeld.
2. In de wateren onder hun soevereiniteit of jurisdictie tot 12 zeemijl vanaf de basislijnen worden de lidstaten vanaf 1 januari 2003 tot en met 31 december 2012 gemachtigd de visserij te beperken tot de vissersvaartuigen die van oudsher in die wateren vissen vanuit havens aan de aangrenzende kust, onverminderd de regelingen die in het kader van bestaande nabuurschapsbetrekkingen tussen lidstaten bestaan voor communautaire vissersvaartuigen die de vlag van andere lidstaten voeren, en onverminderd de regelingen die zijn opgenomen in bijlage I, waarin voor elke lidstaat de geografische zones van de kustwateren van de andere lidstaten zijn vastgesteld waar visserijactiviteiten mogen plaatsvinden, evenals de soorten waarop deze activiteiten betrekking mogen hebben.
De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad voor 31 december 2011 een verslag voor over de in dit lid bedoelde regelingen. De Raad besluit voor 31 december 2012 over de bepalingen die naar aanleiding van de bovengenoemde regelingen zullen worden vastgesteld.