Art. 6 Verordening (EG) nr. 314/2002

Verordening (EG) nr. 314/2002

1. Vóór 1 april wordt voor het lopende verkoopseizoen overgegaan tot:

a) een raming voor suiker, overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1260/2001, van de basisproductieheffing en de B-heffing;

b) de vaststelling, volgens de in artikel 42, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 bedoelde procedure, van de overeenkomstig artikel 7 van deze verordening bepaalde bedragen per eenheid die door de suiker-, de isoglucose- en de inulinestroopfabrikant als heffingsvoorschotten moeten worden betaald.

2. Vóór 15 april van het lopende verkoopseizoen bepalen de lidstaten voor elke suikerproducerende, elke isoglucoseproducerende en elke inulinestroopproducerende onderneming de voor dat verkoopseizoen te betalen heffingsvoorschotten.

Voor de Franse departementen Guadeloupe en Martinique, alsmede voor Spanje wat rietsuiker betreft, worden deze voorschotten bepaald vóór 15 augustus van het lopende verkoopseizoen.

Voor suiker en voor inulinestroop wordt het te betalen voorschot berekend door:

a) de overeenkomstig artikel 4, lid 1, bepaalde voorlopige productie van A-suiker en A-inulinestroop en B-suiker en B-inulinestroop te vermenigvuldigen met het bedrag per eenheid dat voor het voorschot op de basisproductieheffing is vastgesteld;

b) de overeenkomstig artikel 4, lid 1, bepaalde voorlopige productie van B-suiker en B-inulinestroop te vermenigvuldigen met het bedrag per eenheid dat voor het voorschot op de B-heffing is vastgesteld.

Voor isoglucose wordt het te betalen voorschot berekend door de in het lopende verkoopseizoen gedurende de periode van 1 juli tot het einde van de daaropvolgende maand februari verkregen productie te vermenigvuldigen met het bedrag per eenheid dat voor het voorschot op de basisproductieheffing voor isoglucose is vastgesteld.

3. De lidstaten innen deze voorschotten vóór 1 juni van het lopende verkoopseizoen.

Voor de Franse departementen Guadeloupe en Martinique, alsmede voor Spanje wat rietsuiker betreft, worden deze voorschotten vóór 1 september van het lopende verkoopseizoen geïnd.

4. De op grond van artikel 15, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 te constateren hoeveelheid wordt bepaald op basis van de som van de volgende hoeveelheden:

a) in de Gemeenschap afgezette, voor rechtstreekse consumptie en voor consumptie na verwerking door de verwerkende industrie bestemde hoeveelheden suiker, isoglucose en inulinestroop;

b) gedenatureerde hoeveelheden suiker;

c) in de vorm van verwerkte producten uit derde landen ingevoerde hoeveelheden suiker, isoglucose en inulinestroop.

Op de in de eerste alinea bedoelde som wordt in mindering gebracht de som van de in de vorm van verwerkte producten naar derde landen uitgevoerde hoeveelheden suiker, isoglucose en inulinestroop en de hoeveelheden basisproducten, uitgedrukt in witte suiker, waarvoor bewijzen voor productierestituties zoals bedoeld in artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 zijn afgegeven.

5. Als uitvoerverbintenissen voor het lopende verkoopseizoen in de zin van artikel 15, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 worden beschouwd:

a) alle hoeveelheden suiker die bestemd zijn voor uitvoer in ongewijzigde staat met uitvoerrestituties of -heffingen die zijn vastgesteld door middel van voor dat verkoopseizoen geopende openbare inschrijvingen;

b) alle hoeveelheden suiker, isoglucose en inulinestroop die bestemd zijn voor uitvoer in ongewijzigde staat met periodiek vastgestelde uitvoerrestituties of -heffingen op basis van in dat verkoopseizoen afgegeven uitvoercertificaten;

c) alle te verwachten uitvoer van suiker, isoglucose en inulinestroop in de vorm van verwerkte producten met uitvoerrestituties of -heffingen die daartoe in dat verkoopseizoen zijn vastgesteld, waarbij de betrokken hoeveelheden gelijkmatig over het hele verkoopseizoen worden verdeeld.

Voor de berekening van het verwachte gemiddelde verlies zoals bedoeld in artikel 15, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 wordt tevens rekening gehouden met de in artikel 7, lid 3, van die verordening bedoelde productierestituties voor de hoeveelheden basisproducten, uitgedrukt in witte suiker, waarvoor in de loop van het betrokken verkoopseizoen productierestitutiebewijzen zijn afgegeven.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen