Art. 9 Verordening (EG) nr. 314/2002
1. De in artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 bedoelde bedragen worden tegelijk met en volgens dezelfde procedure als de in artikel 8, lid 1, van deze verordening bedoelde bedragen van de heffingen vastgesteld.
2. Wanneer de suikerfabrikant aan de bietenverkoper een lagere prijs heeft betaald dan de basisprijs voor de bieten, moet hij de bietenverkoper in verhouding tot dit verschil een aandeel geven in de opbrengst van de verkoop van de suiker tegen de interventieprijs.
Voor de bepaling van het bedrag dat overeenkomt met dit aandeel, houdt de suikerfabrikant rekening met:
a) de perioden tussen de data waarop de bieten zijn betaald, en de data van de voorgeschreven betalingen wat de voorschotten op en de saldi van de productieheffingen en de aanvullende heffing betreft;
b) de door de Europese Centrale Bank in de onder a) bedoelde perioden gehanteerde interestvoet van de basisherfinancieringsfaciliteit; voor een lidstaat die niet aan de derde fase van de Economische en Monetaire Unie deelneemt, is de referentie-interestvoet het door zijn centrale bank vastgestelde equivalente basistarief;
c) het in artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 vastgestelde percentage;
d) het rendement van de betrokken bieten, onverminderd artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001.
3. De suikerfabrikant betaalt de bietenverkoper de in lid 1 bedoelde bedragen en het bedrag dat overeenkomt met het in lid 2 bedoelde aandeel, binnen vier weken na de datum waarop de in artikel 8, lid 1, bedoelde heffingen zijn vastgesteld.
4. Van de leden 2 en 3 kan worden afgeweken door middel van een sectorale overeenkomst.