Art. 8 Verordening (EG) nr. 314/2002

Verordening (EG) nr. 314/2002

1. Vóór 15 oktober worden, voor het voorafgaande verkoopseizoen, voor suiker, isoglucose en inulinestroop vastgesteld:

a) de bedragen van de basisproductieheffing en van de B-heffing;

b) in voorkomend geval, de in artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 bedoelde coëfficiënt.

2. Voor elke suikerproducerende, elke isoglucoseproducerende en elke inulinestroopproducerende onderneming bepalen de lidstaten vóór 1 november, met inachtneming van de op grond van artikel 6 geïnde voorschotten, de afrekeningen voor de betaling van de saldi van de heffingen over het voorgaande verkoopseizoen.

De door de onderneming of door de lidstaat verschuldigde saldi zoals bedoeld in de eerste alinea, worden vóór 15 december volgende op de uiterste datum voor de bepaling ervan betaald.

3. Wanneer overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 een coëfficiënt wordt vastgesteld, bepalen de lidstaten voor elke suikerproducerende, elke isoglucoseproducerende en elke inulinestroopproducerende onderneming overeenkomstig dat lid 2 vóór 1 november de door de betrokken fabrikanten te betalen aanvullende heffing over het voorgaande verkoopseizoen. Deze heffing wordt tegelijk met het saldo van de productieheffingen voor dat verkoopseizoen geïnd.

4. Wanneer het bedrag van de door een producerende onderneming verschuldigde heffingen niet correct is bepaald, moet het door de betrokken producerende onderneming te betalen correcte bedrag of het door deze onderneming verschuldigde saldo worden bepaald binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de lidstaat zich van deze situatie bewust werd en in staat gesteld werd om het rechtens verschuldigde bedrag te berekenen.

De lidstaten innen de in de eerste alinea bedoelde bedragen binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de datum waarop die bedragen zijn bepaald.

Vorige artikelen

Volgende artikelen