Art. 4 Verordening (EG) nr. 314/2002
1. De lidstaten bepalen jaarlijks, vóór 15 februari, voor elke op hun grondgebied gevestigde onderneming de voorlopige productie van suiker en inulinestroop van het lopende verkoopseizoen.
Voor de Franse departementen Guadeloupe en Martinique wordt deze productie bepaald vóór 15 mei van elk jaar.
2. Elke isoglucoseproducerende onderneming moet vóór de vijftiende van elke maand de lidstaat op het grondgebied waarvan de productie heeft plaatsgevonden, de in de voorafgaande kalendermaand werkelijk geproduceerde hoeveelheden, uitgedrukt in droge stof, meedelen.
Op basis van deze mededelingen bepalen de lidstaten voor elke maand, uiterlijk op de vijftiende van de tweede daaropvolgende maand, de isoglucoseproductie van elke betrokken onderneming.
Voor de bepaling van de in de tweede alinea bedoelde productie wordt geen rekening gehouden met de hoeveelheden isoglucose die in het kader van de regeling actieve veredeling zijn geproduceerd.
3. In afwijking van lid 2, eerste en tweede alinea, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat voor een isoglucoseproducerende onderneming, op een naar behoren gemotiveerd voorafgaand schriftelijk verzoek van de onderneming, besluiten:
a) hetzij de productie van de maanden mei en juni van een verkoopseizoen samen te voegen met het oog op boeking voor het betrokken verkoopseizoen;
b) hetzij de hele productie van de maand juni van een verkoopseizoen of een deel van die productie te voegen bij de productie van de maand juli van het daaropvolgende verkoopseizoen met het oog op boeking voor laatstgenoemd verkoopseizoen. In het verzoek tot samenvoeging moet op zijn minst worden vermeld welke geproduceerde hoeveelheid van de maand juni bij die van de maand juli moet worden gevoegd. Deze hoeveelheid mag niet meer dan 7 % bedragen van de som van het A- en het B-quotum van de betrokken onderneming voor het verkoopseizoen waarin de aanvraag tot samenvoeging wordt ingediend. De aldus door samenvoeging berekende hoeveelheid wordt beschouwd als eerste productie voor de quota van de betrokken onderneming.
De lidstaat beoordeelt de motivering van het verzoek, rekening houdend met de productiesituatie van de onderneming en met de vraag op de markt, met name in het licht van de quota en de productieheffingen. Voor een onderneming kan de lidstaat voor een bepaald verkoopseizoen slechts één van de in de eerste alinea bedoelde methoden van samenvoeging toepassen.
Nadat de lidstaat het verzoek heeft goedgekeurd, doet de betrokken isoglucoseproducerende onderneming de lidstaat vóór de daaropvolgende 15 juli in het in de eerste alinea, onder a), bedoelde geval en vóór de daaropvolgende 15 augustus in het in de eerste alinea, onder b), bedoelde geval mededeling van de in de betrokken periode van twee maanden werkelijk geproduceerde hoeveelheden, uitgedrukt in droge stof, in voorkomend geval rekening houdend met de bij te voegen hoeveelheid zoals bedoeld in de eerste alinea, onder b).
De lidstaat bepaalt op basis van deze mededelingen de uit de samenvoeging resulterende isoglucoseproductie van de betrokken onderneming in de betrokken twee maanden die overeenkomstig het bepaalde in de eerste alinea, onder a), respectievelijk b), tot de productie van het desbetreffende verkoopseizoen moet worden gerekend. Hij deelt die productie aan de Commissie mee.
Het bepaalde in de eerste alinea, onder b), geldt niet voor het laatste in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 genoemde verkoopseizoen.
4. Vóór 15 september van elk jaar bepalen de lidstaten voor het voorafgaande verkoopseizoen voor elke op hun grondgebied gelegen onderneming de definitieve productie van suiker, isoglucose en inulinestroop.
5. Indien na de bepaling van de definitieve productie van de in lid 4 bedoelde suiker nog verschillen ten opzichte van dat productiecijfer worden geconstateerd, wordt met deze verschillen rekening gehouden bij de bepaling van de definitieve productie van het verkoopseizoen waarin die verschillen zijn geconstateerd.
6. Elke suikerproducerende onderneming doet de bevoegde instantie van de lidstaat op het grondgebied waarvan haar productie plaatsvindt, of het voor interventie op de markt voor het betrokken product bevoegde bureau van de betrokken lidstaat vóór de vijfentwintigste van elke maand, met vermelding van de hoeveelheden die haar eigendom zijn, respectievelijk dit niet zijn, mededeling van:
a) de hoeveelheden suiker, uitgedrukt in witte suiker, die aan het eind van de voorgaande kalendermaand in de tot haar beschikking staande installaties waren opgeslagen;
b) de hoeveelheden suiker, uitgedrukt in witte suiker, die in de voorgaande kalendermaand uit de tot haar beschikking staande installaties zijn uitgeslagen.
In die mededeling worden de hoeveelheden uitgesplitst in de binnen de A- en B-quota geproduceerde suiker, de overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1260/2001 overgedragen suiker en de C-suiker.
Het bureau of de instantie zoals bedoeld in de eerste alinea, kan verlangen dat aanvullende gegevens worden meegedeeld over de in het bezit van de onderneming zijnde voorraden en over de producten die haar installaties hebben verlaten.
7. Elke raffinaderij van ruwe suiker doet de bevoegde instantie van de lidstaat op het grondgebied waarvan haar raffinageactiviteiten plaatsvinden, of het voor interventie op de markt voor het betrokken product bevoegde bureau van de betrokken lidstaat vóór de vijfentwintigste van elke maand, met vermelding van de hoeveelheden die haar eigendom zijn, respectievelijk dit niet zijn, mededeling van:
a) de hoeveelheden suiker, uitgedrukt in witte suiker, die aan het eind van de voorgaande kalendermaand in de tot haar beschikking staande installaties waren opgeslagen;
b) de hoeveelheden suiker, uitgedrukt in witte suiker, die in de voorgaande kalendermaand uit de tot haar beschikking staande installaties zijn uitgeslagen.
In die mededeling moeten de onder de betrokken regeling veredelingsverkeer vallende hoeveelheden afzonderlijk worden vermeld.
Het bureau of de instantie zoals bedoeld in de eerste alinea, kan verlangen dat aanvullende gegevens worden meegedeeld over de in het bezit van de raffinaderij zijnde voorraden en over de producten die de installaties hebben verlaten.