Art. 2 Verordening (EG) nr. 314/2002
1. Voor de toepassing van de artikelen 13 tot en met 18 van Verordening (EG) nr. 1260/2001 wordt onder isoglucoseproductie verstaan de hoeveelheid product vervaardigd van glucose of polymeren hiervan met een gehalte in gewicht in droge toestand van ten minste 10 % fructose, ongeacht het fructosegehalte boven deze limiet, uitgedrukt in droge stof en geconstateerd overeenkomstig lid 2.
2. De productie van isoglucose wordt onmiddellijk na afloop van het isomerisatieproces en vóór enigerlei bewerking tot scheiding van zijn componenten glucose en fructose of tot vermenging geconstateerd aan de hand van fysische meting van het volume van het product tel quel en bepaling van het gehalte aan droge stof volgens de refractiemethode.
3. Elke fabrikant van isoglucose dient onverwijld elke installatie aan te geven die door hem kan worden gebruikt voor de isomerisatie van glucose of polymeren hiervan.
Deze aangifte wordt ingediend bij de lidstaat op het grondgebied waarvan de genoemde installatie zich bevindt. Deze lidstaat mag dienaangaande van belanghebbende alle aanvullende inlichtingen eisen.