Art. 25 Verordening (EG) nr. 1808/2001

Verordening (EG) nr. 1808/2001

Wanneer een bevoegde instantie het met het oog op de toepassing van artikel 24, artikel 32, onder a), of artikel 33, lid 1, noodzakelijk acht de afstamming van een dier vast te stellen via een typering van het bloed of een ander weefsel, dient deze typering of dienen de daartoe noodzakelijke monsters op de door die instantie voorgeschreven wijze beschikbaar te worden gesteld.