Art. 23 Verordening (EG) nr. 1808/2001
Verordening (EG) nr. 1808/2001
1. Wanneer een in de Gemeenschap binnen te brengen zending over de zee, via de lucht of per spoor in een grensdouanekantoor aankomt en bestemd is om met hetzelfde vervoer en zonder tussentijdse opslag te worden verzonden naar een ander, overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 aangewezen communautair douanekantoor, vinden de definitieve controle en de overlegging van de invoerdocumenten in laatstgenoemd kantoor plaats overeenkomstig artikel 4, lid 7, van Verordening (EG) nr. 338/97.
2. Wanneer een zending overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 338/97 in een overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 aangewezen douanekantoor is gecontroleerd en met het oog op latere douaneprocedures naar een ander douanekantoor wordt verzonden, verlangt laatstgenoemd kantoor de overlegging van de "kopie voor de aanvrager" (formulier nr. 2) van de invoervergunning, ingevuld overeenkomstig artikel 12 van de onderhavige verordening, of de "kopie voor de invoerder" (formulier nr. 2) van de kennisgeving van invoer, ingevuld overeenkomstig artikel 14, en mag het alle controles uitvoeren die het nodig acht om te kunnen vaststellen of Verordening (EG) nr. 338/97 en de onderhavige verordening zijn nageleefd.